artikel afdrukken
bionieuws 20, 12-12-2015

onderwijs
Plantenecologie begint bij de voordeur

Plantenecologie dichter bij huis en een interactieve website vol Nederlandse flora kunnen het enthousiasme van leerlingen voor plantenkennis weer aanwakkeren, menen Joop Schaminée en Maurice Martens.

Door Tycho Malmberg
© bionieuws


De lesstof over plantenecologie in schoolboeken is goed doordacht, maar taaie kost en de inhoud staat ver van de leerling af. Dit concluderen botanicus Maurice Martens en ecoloog Joop Schaminée na bestudering van de ecologie-hoofdstukken in de lesmethoden Biologie voor Jou en 10voorBiologie.

‘Het valt mij op dat kennis van ecosystemen in de schoolboeken wat abstract is. Een proces als successie wordt wel mooi beschreven aan de hand van een rotspartij waar uiteindelijk korstmossen op groeien, maar het wordt niet dicht bij huis gebracht’, zegt Martens, die vijfentwintig jaar lang de floracursus voor eerstejaars biologiestudenten gaf aan de Radboud Universiteit Nijmegen. ‘Ik zou graag zien dat de ecologie om de hoek wordt uitgelegd. Wat gebeurt er vlak bij jou, wanneer er een nieuwe weg wordt aangelegd? De grond wordt omgewoeld, nieuw asfalt wordt gelegd. Die wegwerkers hebben hun kont nog niet gekeerd of de bermen staan vol met pionierssoorten als melganzenvoet, Canadese fijnstraal en harig knopkruid. Schitterende ecologie naast de deur. Zo zien leerlingen het proces van successie met eigen ogen. Ook een proces als erosie kun je dicht bij de school vinden door naar een braakliggend terrein te gaan. Je ziet hoe de regen geulen trekt. Deze voorbeelden staan niet in de boeken.’

Filmclips
Een veelgehoorde uitspraak onder scholieren is dat planten saai zijn. Leerlingen hebben dan ook weinig kennis van planten en herkennen ook niet welke soorten er in de buurt leven. Martens en Schaminée hebben wel ideeën om leerlingen meer te interesseren voor planten en plantenecologie. Zo kunnen docenten ter introductie de filmclips laten zien van de BBC-documentaire The Private Life of Plants met daarin spectaculaire beelden van de verschillende strategieën die planten hebben om zich voort te planten. Zoals de wespenorchis, waarvan de bloem zo goed lijkt op een vrouwtjeswesp dat het mannetje eropaf duikt om met de bloem te paren, waarna hij versierd wordt met een klomp stuifmeel dat bij een volgend bezoek aan een bloem voor de bevruchting zorgt. ‘Deze films laten maar wat goed zien dat planten verre van saai zijn. Ondanks dat planten niet kunnen lopen hebben ze tal van vernuftige oplossingen gevonden om zich te voort te planten en zich te verspreiden. Ook heerst er onder planten een gewapende vrede. Dit is goed te zien zodra er in een bos een boom omvalt en er een gat ontstaat in het vegetatiedek. Meteen zijn er snelle groeiers om die plek op te vullen’, zegt Schaminée. ‘Zodra de interesse gewekt is, kun je scholieren laten zien dat je helemaal niet zoals David Attenborough naar de tropen hoeft, maar dat er om de hoek ook veel interessants te zien is.’

Weerhaakjes
Van praktisch nut hierbij is de website Flora van Nederland (zie kader), waarbij Martens en Schaminée nauw betrokken zijn. De website bevat determinatieclips van planten om de hoek, zoals het kruipertje, een eenjarige grassoort die tussen de stoeptegels groeit en langs parkeerplaatsen. De aren van het kruipertje hebben weerhaakjes waarmee het omhoog kan kruipen langs de broekspijp. Martens: ‘Een slimme truc om de zaden te verspreiden. Via die soortenkennis kom je dan weer bij de ecologie. Het kruipertje en de raket zijn triviale soorten uit het stedelijk gebied. Het zijn pioniers die je terugziet bij het beginstadium van successie. Door deze planten te leren kennen, kunnen leerlingen vervolgens een idee opdoen van hoe een plantengemeenschap eruit ziet en welk soort ecosysteem dat is.’

Om plantenecologie daadwerkelijk aantrekkelijker te maken voor scholieren is het niet voldoende alleen de website te bekijken, meent Schaminée. Net als Martens roept hij docenten op hun leerlingen mee naar buiten te nemen, om de taaie lesstof uit het boek tot leven te wekken. De vegetatiedeskundige zou maar wat graag zien dat scholen een serieuze plantenexcursie opnemen in hun curriculum. ‘Scholen maken culturele schoolreizen naar Rome en Parijs voor Latijn, Frans of het vak tekenen. Voor zo’n plantenecologieweekend hoef je niet eens naar het buitenland. Laat ze op excursie gaan naar De Biesbosch om met een fluisterboot het laagveenmoeras te bestuderen. Of laat ze op pad gaan met een gids naar duingebied Meijendel; met mooi weer kunnen ze dan nog een duik maken in de zee en na afloop een pannenkoek eten. Een dag vol met beleving, dat vergeten ze nooit meer. Terug op school kun je met de site Flora van Nederland de diepte in gaan, met de planten die ze zijn tegengekomen. Als je deze kennis dan verbindt met de drogere lesstof uit het schoolboek, dan doe je het als docent heel goed.’

Kader:Flora van Nederland
Flora van Nederland is een website voor het determineren van wilde planten en hun omgeving. Hij bevat determinatievideo’s van bijna vijfhonderd soorten, zoals de zeldzame moeraswespenorchis, maar ook van soorten die bij iedereen om de hoek voorkomen, zoals de gewone raket. De kortdurende filmclips in hoge resolutie zoomen in op kenmerken zoals de bloeiwijze, bladvorm en bladstand. Een voiceover legt met heldere taal en op rustige toon uit welke plantenonderdelen er op dat moment te zien zijn, wat het determineren vergemakkelijkt. Naast filmpjes bevat de site beschrijvingen van de plantengemeenschap waar de plant groeit, een verspreidingskaart van Nederland en ecologische kenmerken als vocht en zuurgraad uit de leefomgeving van de plant.

http://www.floravannederland.nl