artikel afdrukken
bionieuws 18, 07-11-2015

nieuws
Bescheiden feestje voor de natuur

Door Gert van Maanen
© bionieuws


‘We zitten nog tot onze nek in de stront.’ Dat zegt Wereld Natuur Fonds-directeur Johan van de Gronden tijdens de presentatie van het Living Planet Report Natuur in Nederland, op donderdag 29 oktober in Leiden. Even later vervolgt hij dat er sprake is van een licht herstel van de natuurlijke rijkdom van Nederland die een ‘licht optimistische conclusie’ rechtvaardigt. Deze spagaat klinkt ook door in de mediaberichten over het rapport. Dagblad BN De Stem kopt ‘Voorzichtig herstel diersoorten in Nederland’, Trouw ‘Nederlandse natuur dramatisch verslechterd’ en de Volkskrant ‘Nederlandse natuur herstelt, maar niet op boerenland’.

Niet zo vreemd, want uit historische bronnen is op te maken dat de Nederlandse natuur honderd jaar geleden ongekend veel soortenrijker was dan nu. Het nieuwe rapport noemt dit ‘het land van ooit’; maar het rapport zelf gaat eigenlijk alleen over de afgelopen 25 jaar.

‘Alles was in 1900 beter en vanaf de jaren zeventig en tachtig is het dramatisch verval ingezet door intensivering van de landbouw en overbevissing’, verklaart Naturalis-directeur Edwin van Huis. ‘Pas vanaf 1990 beschikken we over systematische tellingen, waardoor we pas nu allerlei mythen kunnen ontzenuwen’, aldus Van Huis. Hij steekt uitgebreid de loftrompet over alle vrijwilligers die in het veld soorten tellen. Dankzij hun meetnetten en tellingen zijn er genoeg data om de ontwikkeling van de Nederlandse biodiversiteit in de afgelopen 25 jaar ook tot op leefgebied te kwantificeren.

Trendlijnen
Het rapport wordt uitgereikt aan bioloog Arco van Strien van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Hij deed de statistische bewerkingen om tot trendlijnen te komen en laat zich dan ook gewillig ‘de grote lijntrekker’ noemen door andere sprekers. ‘Vroeger was de natuur wel beter, maar het is niet makkelijk daar lijnen voor te trekken’, bevestigt Van Strien. Het rapport beslaat dus de natuurgegevens vanaf 1990, die ook nog alleen dieren betreffen. Gegevens over planten en paddenstoelen staan gepland voor een volgende editie. Daarin zullen ook overwinterende watervogels en berekeningen voor het leefgebied Wadden, Delta en Noordzeekust worden opgenomen.

In het rapport hebben Naturalis en Wereld Natuur Fonds in nauwe samenwerking met CBS en Particuliere Gegevensbeherende Organisaties als Ravon, Sovon en Vlinderstichting het populatieverloop van 420 inheemse diersoorten voor het eerst samengevoegd tot een zogeheten Living Planet Index voor Nederland. Die laat zien dat dierpopulaties in Nederland tussen 1990 en 2013 gemiddeld 15 procent in omvang zijn toegenomen. Dit ‘voorzichtig herstel’ gaat niet op voor alle soorten, en ook niet voor alle soortgroepen en leefgebieden. Zo nemen de aantallen libellen, zoogdieren, broedvogels en reptielen toe en de aantallen dagvlinders en amfibieën juist af. Op soortsniveau gaat het prima met de vuurlibel, middelste bonte specht en ansjovis, maar slecht met de kleine heivlinder, duinpieper en vuursalamander.

Qua leefgebieden doen aquatische milieus het goed: de dierpopulaties in zoet water is van 1990 tot 2013 met gemiddeld met 40 procent gegroeid. Dit schrijft het rapport vooral toe aan verbeterde waterkwaliteit en aan bescherming en toename van het areaal moeras. In de Noordzee – exclusief Wadden, Delta en Noordzeekust – groeiden dierpopulaties met ongeveer 25 procent. Dat zou vooral te danken zijn aan vangstbeperkingen voor commerciële vissoorten en klimaatverandering.

Voor dieren op het land zijn er volgens het rapport grote verschillen tussen leefgebieden. In bossen is de situatie stabiel, maar in open natuurgebieden als hei, duinen en niet-agrarische graslanden nam de populatiegrootte met 50 procent af. Vooral vogels en vlinders gaan achteruit door gebrek aan natuurlijke dynamiek en de drie v’s: vermesting, versnippering en verdroging. Ondanks toegenomen aandacht voor groen in de stad zijn populaties in steden en dorpen gemiddeld 30 procent achteruitgegaan. In agrarisch landschap is de omvang van populaties diersoorten tussen 1990 en 2013 met gemiddeld 40 procent gedaald. Dit tikt hard aan voor heel Nederland, omdat landbouw 70 procent van het landoppervlak inneemt.

De discussie gaat tijdens de presentatie traditiegetrouw vooral over de rampzalige effecten van de gangbare landbouw en het falende natuurbeleid, waardoor echt herstel van de biodiversiteit onmogelijk zou zijn. De in jagerskostuum uitgedoste gespreksleider Jort Kelder van ‘Groen Rechts’ had het de aanwezigen al bij voorbaat voorgehouden: ‘Jullie zijn de milieuwereld, geen machthebbers’. Toch is de toon van het rapport opmerkelijk positief en concludeert het dat er nu een zodanig verfijnd inzicht bestaat in de aard van het natuurverlies dat het ook mogelijk is weer natuurherstel op brede schaal mogelijk te maken. De inleiding van het rapport verwoord het nog eens hoopvol: ‘Nederland kan wel eens aan de vooravond staan van een historisch herstel van veerkracht van onze ooit zo rijke natuur.’

Al het cijfermateriaal is opgenomen in het Compendium voor de Leefomgeving: http://www.compendiumvoordeleefomgeving.nl