artikel afdrukken
bionieuws 16, 10-10-2015

onderwijs
De gekte van eten uit de natuur

Door Piet Kuiper en Cécile Lapré
© bionieuws


De hype rond wildplukken is niet zonder gevaren, waaronder vergiftiging van de wildplukker zelf.

We leven in een tijd van verlangen om te ontsnappen aan de dagelijkse gang van zaken. Men zoekt toevlucht naar romantische bezigheden als op survivaltocht gaan en eten verzamelen uit de natuur. De televisie en de schrijvers van boeken, tijdschriften en kranten gaan gretig in op dit escapisme.

Zo was op televisie te zien hoe kok Yvette van Boven zeer vervuild zevenblad plukte vlak langs een drukke weg. ‘Het geplukte zevenblad wordt gebruikt voor het maken van een goedkope en gezonde natuurpesto’, aldus Van Boven. Eet smakelijk. En kijkers moeten al deze onzin slikken.

In Natura is door leden van de KNNV-afdeling Wageningen geageerd tegen deze nieuwe hype, en ook in Bionieuws 7 wezen Linus van der Plas en anderen op de exploitatie van het kleine beetje groen wat Nederland nog bezit. Ter aanvulling hierop willen wij nog graag wijzen op twee aspecten: enerzijds op de kans op een ernstige vergiftiging en anderzijds op het fenomeen van wildplukken zonder een grote veldkennis.

In Nederland komen jaarlijks ernstige vergiftigingen met eten uit de natuur voor. Het betreft zowel wilde planten als paddenstoelen. Van de laatste komen jaarlijks ongeveer 25 patiënten met vergiftiging in het ziekenhuis terecht. Maar ook gewone wilde planten kunnen ernstige vergiftigingen veroorzaken. Zo vermeldt de Chemisch-ecologische Flora van Nederland en België dat midden in de vorige eeuw de knol van de waterscheerling door zijn geur aangezien werd voor een knol van een selderie. Een van de drie consumenten overleefde de maaltijd. Wilde selderie groeit soms langs sloten in het enigszins zilte gebied van Zuidwest-Nederland, terwijl waterscheerling frequent wordt gezien langs sloten in het laagveenmoeras. Deze soorten zijn door een leek gemakkelijk te verwarren.

Giftig
Bij paddenstoelen zijn mogelijke vergissingen, zelfs door ervaren kenners,niet uit te sluiten. Ook hier geldt, dat mensen uit een ander deel van de wereld, hun kennis van paddenstoelen niet in Nederland kunnen toepassen. Zo meende een dame uit Zuid-China een smakelijke uitziende groene paddenstoel uit de rijstvelden te herkennen in de bosjes langs de IJssel. Haar kleinzoon overleefde het eten van de zeer giftige groene knolamaniet niet.

Zelfs bij champignons is het oppassen geblazen. In een Gronings ziekenhuis werd een dame met verschijnselen van een paddenstoelvergiftiging binnengebracht. Een klein restje gebakken paddenstoelen was al het materiaal om de soort te bepalen. Het bleek om de carbolchampignon te gaan en niet om de groene knolamaniet. Dus wel zware kolieken bij de patiënt, maar niet dodelijk.

Ook met eetbare en goed herkenbare paddenstoelen uit het bos is voorzichtigheid geboden. Door de ramp met de atoomcentrale in Tsjernobyl is zelfs nu nog het gehalte aan radioactief Caesium in eekhoorntjesbrood zo hoog, dat slechts een kleine hoeveelheid voor consumptie is aan te bevelen.

Sommige boeken over eten van wilde planten en paddenstoelen hebben een lage kwaliteit. In Eten uit de natuur – Het grote wildplukboek adviseert Edwin Florès om rode kool of amethistzwammen te gebruiken bij soepen, salades en pasta’s. Deze paddenstoelen staan bekend om zijn accumulatie van arseen in de vruchtlichamen en het wordt afgeraden om deze te consumeren. Florès beveelt ook de roodbruine slanke amaniet aan voor consumptie: ‘Je kunt deze paddenstoel niet verwarren met een andere paddenstoel.’ In werkelijkheid heeft deze soort een dubbelganger, de dodelijk giftige panteramaniet. Zelfs een ervaren kenner moet nauwkeurig kijken om welke soort het gaat.

Helaas beveelt Flores ook het plukken van zeldzame soorten als grote sponszwam en eikhaas aan en zie je hem in videofilmpjes hele exemplaren in zijn mand stoppen. Heeft hij nog nooit gehoord dat hij in overtreding is van de wet over stropen in de natuur? We hebben de onjuiste en gevaarlijke tekst gemeld, maar helaas ligt het boek nog steeds in de schappen.

Zonder vakkennis van de planten- en dierenwereld is eten uit de natuur een utopie en gevaarlijk. Duizenden jaren voor onze jaartelling was verzamelen en jagen door de mens een kwestie van overleven. Nu met ongeveer 500 mensen per vierkante kilometer zijn we het vierde dichtstbevolkte land ter wereld. Daar geldt de maatstaf om te roven uit de natuur toch niet meer?

Er zijn mensen die ’s nachts in ons openbaar groen tamme eenden en ganzen vangen. Ze menen dat deze schepsels toch van niemand zijn. Het stropen in natuurgebieden neemt gigantisch toe. Er is nog maar weinig natuur in Nederland. Laten we die natuur overlaten aan planten en dieren en niet klakkeloos achter de wildplukhype aanlopen. Ga als weldenkend mens naar groentewinkel of supermarkt.