artikel afdrukken
bionieuws 12, 04-07-2015

achtergrond
Schilderijen die natuurbeleving bepalen

Door Gert van Maanen
© bionieuws


De nostalgie van het ongerepte en ongepolijste van natuur en platteland zit diepgeworteld. Niet voor niets vergaapt een miljoenenpubliek zich aan bioscoopfilms als De Nieuwe Wildernis en tv-programma’s als Boer zoekt vrouw. Vooral stedelingen koesteren de geromantiseerde beelden van de ommelanden, terwijl intensivering van landbouw en veeteelt steeds diepere sporen trekken in natuur en landschap.

Dat dat proces eigenlijk al eeuwen aan de gang is, realiseert de bezoeker zich op de expositie Holland op z’n mooist, die gelijktijdig te zien is in Gemeentemuseum Den Haag en in het Dordrechts Museum. De tentoonstelling is opgezet rond schilders van de Haagse School. Het waren deze schilders uit de hofstad die halverwege de negentiende eeuw ontdekten dat Nederland op een keerpunt stond. Door industrialisatie en zogeheten vooruitgang werd het kleinschalige Nederlandse landschap langzaam, maar heel zeker aangetast. Schilders als Jozef Israëls, Willem Roelofs, de gebroeders Jacob en Willem Maris en Anton Mauve trokken er daarom op uit om de oer-Hollandse landschappen met windmolens, kronkelende beken, heide met schaapskuddes, trekschuiten, garnalenvissers en polderweiden met koeien voor het nageslacht vast te leggen.

Om het rauwe boerenleven en de woeste natuur te schilderen hoefden ze niet ver de stad uit. Omdat bederfelijke waar als melk, vlees, groente en fruit toen nog dagelijks vers aan de man werden gebracht, waren steden omzoomd met tuinderijen en veehouderijen. En tussen Den Haag en vissersdorp Scheveningen lag toen – rond de plaats van het huidige Gemeentemuseum – nog een flinke strook duinen. Het schilderij Scheveningen, dat Constant Gabriël tussen 1887 en 1895 maakte, verbeeldt dit als geen ander. Achter een nog niet afgegraven duinlandschap is in de verte het net gebouwde Kurhaus te zien, met daaromheen lichten en gebouwen van het opkomend toerisme. Het markeert de overgang van eenvoudig vissersdorpje tot mondaine badplaats. Een uitstapje naar het Panorama Mesdag – ook in Den Haag en ook typisch Haagse School – zet dit aspect in een nog breder perspectief.

Zoals het een schilderschool betaamt, ontwikkelde ook de Haagsche School een eigen stijl. De schilders werkten realistisch, maar niet in extreem detail en geromantiseerd. Ze zochten naar de kern en emotie achter natuurbeleving, met een nadruk op licht en wolkenluchten. De bijnaam ‘grijze school’ is na het zien van enkele tientallen vrij sombere landschapsportretten wel te begrijpen. Ook in de onderwerpkeuze is deze stroming vrij beeldbepalend geweest voor hoe Nederlanders natuur beleven en hoe ze internationaal te boek staan: met knotwilg-, bollenveld-, polders-, molen- en koe-langs-de-waterkant-taferelen.

Woeste gronden
Een bijkomstigheid van de vooruitgang – met name de opkomst van spoorwegen en de ontwikkeling van sneldrogende olieverf – was dat schilders steeds verder het land introkken om daar ook echt ín het landschap te schilderen. De trek naar de natuur zorgde dat schilders ook de woeste gronden rond Wolfheze en Oosterbeek of nog onverstoorde plassen rond Nieuwkoop en Laren in beeld brachten. Rond de expositie heeft Vereniging Natuurmonumenten daarom excursies en fietsroutes opgezet rond bijvoorbeeld Wolfheze en de Nieuwkoopse Plassen (zie http://www.natuurmonumenten.nl/haagseschool).

Extra interessant voor biologen en natuurliefhebbers is het deel van de expositie dat gaat over de relatie tussen de Haagse School en de opkomst van natuureducatie en -bescherming onder de onderwijzers Eli Heimans en de 25 juli 150 jaar geleden geboren Jac. P. Thijsse. Zij kwamen te laat om de sloop van het laatste stukje eeuwenoude elzenwoud bij Beekbergen te voorkomen, zo blijkt uit de tentoonstellingscatalogus. Inmiddels is dit gebied alsnog in handen gekomen van Natuurmonumenten, dat hoopt via natuurontwikkeling weer iets van de oude glorie van het oerbos te laten herleven. Het kan symbool staan voor veranderd denken over natuur, maar is ook op te vatten als een wijze les: een paar visionaire schilders en onderwijzers kunnen soms het verschil maken.

Holland op z’n mooist
Gemeentemuseum Den Haag
tot en met 30 augustus 2015
Dinsdag-zondag, 11:00-17:00 uur
Entree 13,50 euro (gratis tot en met 18 jaar)
http://www.gemeentemuseum.nl

Holland op z’n mooist – Op pad met de Haagse School
Benno Tempel en anderen
Uitgeverij Wbooks
ISBN 9789462580862
Hardcover, 224 pagina’s, 24,95 euro
http://www.wbooks.com