artikel afdrukken
bionieuws 9, 23-05-2015

onderwijs
Havo examen scoort 7,5 qua contexten

Voor het eerst kregen alle havoleerlingen een examen geënt op de concept-contextbenadering. Wat betreft het gebruik van contexten scoort het examen ruim voldoende.

Door Tycho Malmberg
© bionieuws


Ruim 22 duizend havoleerlingen bogen zich woensdag 13 mei over hun biologie-examen. Dat sloot dit jaar voor het eerst voor alle havisten aan bij het nieuwe examenprogramma dat geënt is op de concept-contextbenadering. Die moet zorgen dat de biologie relevanter is, doordat de stof in voor leerlingen herkenbare contexten wordt aangeboden.

Peter Visser is biologiedocent aan het CSG Dingstede in Meppel en vanaf het begin in 2009 betrokken bij de implementatie van de concept-contextbenadering. Zijn leerlingen en die van zes andere pilotscholen kregen de afgelopen jaren een experimenteel examen, waarbij de helft van de vragen overeenkwamen met die van het reguliere examen en de andere helft was opgesteld in voor leerlingen herkenbare contexten.

Het lukte de examenmakers in de voorgaande jaren lang niet altijd relevante contexten te bedenken. Zo klaagden Visser en collega’s dat er vaak puur wetenschappelijke contexten werden beschreven, die in veel hbo-beroepen nauwelijks een rol spelen. Dit jaar begon het examen met een hbo-beroepscontext over een vacature voor een verpleegkundige met specialisatie cardiologie/cardiochirurgie. Visser: ‘De eerste drie vragen over de bloedsomloop en het hart zijn logisch opgehangen aan de kennis die een verpleegkundige op de hartafdeling nodig heeft. Al met al een prima context als opening van het examen.’

Plantenjager
Het havo-examen besloeg in totaal 42 opgaven verdeeld over negen contexten. Qua gebruik van contexten geeft de Meppelse biologiedocent dit examen een 7,5. Hij licht toe: ‘Zes prima contexten, één matige en twee contexten vind ik onzinnig, die doen de concept-contextbenadering geen recht.’ Als voorbeeld noemt hij het vragenblok over erfelijkheid en evolutie bij petunia’s. ‘Er is geen probleemstelling, er zijn geen deelnemers aan de context: echt jammer. Introduceer bijvoorbeeld het beroep van plantenjager, veredelaar en teler, op zoek naar nieuwe petuniavarianten, en je kunt bijna alle vragen handhaven. Zo wordt het een stuk interessanter voor leerlingen.’

Visser ziet graag dat vragen worden opgebouwd met een probleem en dat er vervolgens onderzoek wordt gedaan door deelnemers van die context. Ter afsluiting volgt dan een oplossing. Het vragenblok over algenbloei in het Zeeuwse Volkerak (zie kader) is volgens hem een schoolvoorbeeld dat recht doet aan de concept-contextbenadering. ‘De context beschrijft een mooi ecologisch probleem in de leefwereld, namelijk dat van algenbloei in Zeeuws water. Vervolgens wordt bij vraag 10 het moleculaire proces van osmose ingezet als oplossing. Fantastische vondst, een parel in organisatieniveaudenken en jojoën. Een stuk beter dan in voorgaande examens, waarin leerlingen soms alleen de definitie van osmose moesten oplepelen.’

Visser is aardig tevreden over het examen, maar vond de vragen wat aan de makkelijke kant. ‘Tijdens het maken van het examen vond ik het prima te doen. Ook mijn leerlingen vonden het niet moeilijk. Er was er zelfs een bij die uitriep dat het te makkelijk was om waar te zijn. Maar die leerling overschat zichzelf wel vaker.’

Wel laten veel leerlingen volgens hem laten punten liggen doordat ze slordig formuleren. ‘Ze noemen bijvoorbeeld licht als beperkende factor, terwijl ze moeten uitleggen dat door het ontbreken van licht er geen fotosynthese meer optreedt. Bij een mondeling examen kun je dan doorvragen en dan weet je wel dat leerlingen dat bedoelen. Maar nu kost dat punten. Ook komt het veel voor dat ze één argument noemen terwijl de uitleg uit meerdere argumenten moet bestaan.’

Toch is Visser niet ontevreden over hoe zijn leerlingen gescoord hebben, na twee derde van het examen te hebben nagekeken. ‘Ik denk dat mijn klassen iets boven het landelijk gemiddelde zullen scoren. Dat is best goed, omdat niet iedereen met een voldoende de examens in ging.’


Kader: Inleiding bij vragenblok over algenbloei

Misschien is een gaatje in de dijk zo slecht nog niet
In het kader van de Deltawerken is het Volkerak afgesloten van de Noordzee. In het Volkerak treedt al meer dan tien jaar algenbloei op. Door deze ongeremde vermenigvuldiging van blauwalgen ontstaan dikke, stinkende, groene, drijvende lagen van deze organismen. De recreatievaart mijdt dit deltagebied vanwege de enorme stank. Zwemmen is er een riskante aangelegenheid geworden, omdat de blauwalg gif produceert dat hoofdpijn, duizeligheid, misselijkheid, huidirritatie en diarree kan veroorzaken.

Blauwalgen kunnen, net zoals groene algen, met behulp van lichtenergie organische stoffen maken.

Na de afsluiting van de Zeeuwse delta is het water daar zoet en voedselrijk geworden, waardoor de blauwalgen zich uitbundig kunnen vermenigvuldigen.Fosfaten, die rijkelijk in de oude zeebodem aanwezig zijn, lossen op in het water. Daar komt nog bij dat het Volkerak volloopt met zoet water uit omliggende riviertjes, dat veel nitraten en fosfaten bevat. Om de concentratie van deze mineralen te verlagen, heeft Rijkswaterstaat de oevers van het Volkerak beplant met riet dat fosfaat en stikstof uit het water opneemt. Ook zijn driehoeksmosselen uitgezet die het water filteren en blauwalgen eten. Verder werden snoeken uitgezet, die op baars en jonge brasem jagen. Brasems en baarzen eten onder andere watervlooien. En in gezond water houden watervlooien de hoeveelheid blauwalgen laag.

Van alles is geprobeerd, maar niets hielp. De blauwalg woekert voort, vooral ’s zomers bij hoge watertemperatuur.