artikel afdrukken
bionieuws 8, 02-05-2015

nieuws
Zeeonderzoek in woelig vaarwater

Het zee-instituut NIOZ zit financieel en bestuurlijk in zwaar weer. \'Om het NIOZ weer op koers te krijgen, zijn meerdere maatregelen nodig.\'

Door Gert van Maanen
© bionieuws


‘De financiële problemen hebben niet één oorzaak. Om het NIOZ weer goed op koers te krijgen, zijn meerdere maatregelen nodig. De race is nog niet gelopen, maar we willen de organisatie op Texel overzichtelijker maken en beperken tot drie of vier wetenschappelijke afdelingen. Ook de exploitatie van onderzoeksschip Pelagia moet anders en verder staat inderdaad de vestiging in Yerseke ter discussie.’ Zo somt Harry Baayen, bestuursvoorzitter van zee-instituut NIOZ, de maatregelen op uit het door hem opgestelde transitieplan. ‘We willen dat NIOZ vanaf 2016 weer financieel in rustig vaarwater zit. Dat betekent dat we begin juni de belangrijkste beslissingen moeten nemen.’

NWO-instituut NIOZ zit al langere tijd in zwaar weer. Het instituut heeft 330 medewerkers, een omzet van 27 miljoen euro en vestigingen op Texel en in Yerseke. Recent ontstond ophef rond het ontslag van adjunct-directeur Herman Ridderinkhof. Hierover zijn vanaf maart drie rechtszaken gevoerd. De Texelse Courant meldt op 18 april zelfs dat er een machtsstrijd gaande is op het NIOZ. De Utrechtse hoogleraar fysische oceanografie Will de Ruijter is uit onvrede over het ontslag teruggetreden als voorzitter van de wetenschappelijke begeleidingscommissie van het NIOZ. Baayen benadrukt dat deze bestuurlijke kwesties niet een-op-een gerelateerd zijn aan de financiële problemen en aanstaande reorganisatie.

De financiële problemen van het NIOZ zijn volgens Baayen vanwege een gebrekkig boekhoudsysteem pas in 2013 aan het licht gekomen. ‘Er was sprake van verminderde inkomsten uit de markt, gestaag teruglopende financiering door NWO en de exploitatie van onderzoekschip Pelagia was een van de molenstenen van het instituut’, aldus Baayen. Het NIOZ heeft volgens hem op de rand van een faillissement gestaan. Het door hem opgestelde transitieplan zet in op koerswijziging en meer samenwerking met andere partijen. Een voorbode hiervan is de nauwere samenwerking die het NIOZ op 13 januari aanging met de Universiteit Utrecht. De universiteit gaat jaarlijks 2,4 miljoen euro bijdragen aan het NIOZ.

Volgens voormalig ondernemingsraadvoorzitter Roel Riegman zorgt de zeer succesvolle NIOZ-onderzoeksgroep van biogeochemicus en UU-hoogleraar Jaap Sinninghe Damsté voor een ‘ingewikkeld spanningsveld’ binnen het instituut. De contrafinanciering voor binnengehaalde projectgelden – zoals een ERC Advanced Grant en NWO-Zwaartekrachtsubsidie – leggen een zwaar beslag op het NIOZ-budget. ‘De groep die het meeste geld binnenhaalt (en consumeert) staat vakinhoudelijk het verst af van de kerntaken en kerncompetenties van een zeegaand onderzoeksinstituut. Het ligt dus het meest voor de hand om de peperdure afdeling (paleo-)geochemie te verplaatsen naar een universitaire instelling’, schrijft Riegman in de Texelse Courant (18 april). Volgens Baayen streeft het NIOZ naar een evenwichtige financiering: ‘We zorgen dat iedereen mee kan blijven fietsen, maar gaan niet onze toprenners uit de race halen om anderen ook eens te laten winnen.’

Baayen kan zich voorstellen dat medewerkers van de vestiging in Yerseke zich ernstig zorgen maken over de aanstaande reorganisatie. NWO nam deze vestiging in 2012 financieel gezond en met een bruidsschat over van NIOO-KNAW. Baayen: ‘Wetenschappelijk presteren ze prima, maar exploitatie van twee vestigingen is nu eenmaal duurder. Voor het NIOZ als geheel is verhuizen naar Texel de beste optie, al is dat voor medewerkers heel ingrijpend.’

Momenteel werken kwartiermakers vanuit de provincie Zeeland aan een plan een regionaal onderzoekscentrum voor de Zeeuwse delta op te zetten in Yerseke. Hierbij zijn ook de Hogeschool Zeeland en het onderzoeksinstituut Imares betrokken. Die plannen worden eind mei bekendgemaakt.