artikel afdrukken
bionieuws 7, 11-04-2015

nieuws
Bij is niet de angel van neonicotinoïden

Neonicotinoïden hebben blijvende negatieve effecten op wilde bestuivers en roofinsecten, concludeert adviesraad Easac. ‘Gevolgen voor honingbijen zijn atypisch’.

Door Gert van Maanen
© bionieuws


‘De honingbij is een landbouwhuisdier. Dat verklaart waarschijnlijk waarom onderzoek naar effecten van neonicotinoïden op bijenvolken vaak tegenstrijdige resultaten laat zien. Bij andere bestuivers en insecten is het wetenschappelijk bewijs eenduidig dat neonicotinoïden schadelijk zijn, ook bij lage concentraties’, zegt de Wageningse ecoloog Frank Berendse. Hij is commissielid van de European Academies Science Advisory Council (Easac) die deze maand aan de Europese Commissie advies uitbrengt over de rol van deze omstreden pesticiden in agro-ecosystemen. De belangrijkste conclusies publiceert de adviescommissie woensdag 8 april in Nature.

Volgens de Easac is er snel groeiend wetenschappelijk bewijs dat wijdverspreid, preventief gebruik van neonicotinoïden om vraatschade te voorkomen ernstige effecten heeft voor niet-doelorganismen. Terwijl die juist ecosysteemdiensten leveren als bestuiving en biologische plaagbestrijding. Die sublethale effecten treden bovendien al op bij zeer lage concentraties van de pesticiden. De Easac stelt daarom dat het huidige preventieve gebruik van deze chemische bestrijdingsmiddelen niet in overeenstemming is met de Europese richtlijn Duurzame Pesticiden. Ook ondergraaft het gebruik van neonicotinoïden en andere bestrijdingsmiddelen het beleid van de Europese Unie voor biodiversiteitsherstel.

Het heftige publieke debat over bijensterfte en de grote aandacht voor de gevolgen van neonicotinoïden voor honingbijen heeft volgens Berendse veel mist opgeworpen. ‘De gevolgen voor honingbijen zijn atypisch vanwege de grote omvang van de volken, en de verzorging door de imker en andere sociaal-economische factoren spelen een grote rol bij het wel en wee van bijen. In dat opzicht leveren studies naar solitaire bijensoorten en hommels die in kleine kolonies leven een veel beter beeld’, aldus Berendse. Zowel laboratoriumstudies, als kasexperimenten, onderzoek naar correlaties en veldproeven hebben volgens hem allemaal zowel sterke als zwakke punten. ‘Het gaat er juist om daaruit een algemeen beeld te destilleren en naar de samenhang te kijken en dan zie je vooral blijvende negatieve effecten op grote groepen wilde organismen.’ De Easac noemt hierbij specifiek wilde bijen, zweefvliegen, dagvlinders, nachtvlinders, loopkevers en akkervogels.

Neonicotinoïden zijn zenuwgiffen die aangrijpen op specifieke receptoren voor neurotransmitters van insecten. Ze worden in bestrijdingsmiddelen vooral systemisch toegepast, waarbij planten het gif opnemen in hun sapstroom en insecten die van de plant eten sterven. Zaden krijgen geregeld een neonicotinoïdencoating. De Europese Unie besloot in 2013 een moratorium van twee jaar voor specifieke toepassingen in te stellen voor drie neonicotinoïden: clothianidin, imidacloprid en thiametoxam. Dit was voor de Europese Commissie mede aanleiding advies te vragen aan de European Academies, de koepelorganisatie van nationale academies van wetenschappen van alle lidstaten.

Het Easac-rapport richt zich vooral op de literatuur die sinds 2012 is verschenen en reviews van eerdere publicaties. In een reactie stelt Nefyto, de belangenorganisatie voor producenten van gewasbeschermingsmiddelen, dat dit dus geen nieuwe informatie is. ‘Het Easac-rapport geeft een samenvatting van bestaande literatuur die bij de industrie en de toelatingsinstanties van gewasbeschermingsmiddelen bekend is’, aldus Nefyto. ‘Bij de toelatingsbeoordeling van gewasbeschermingsmiddelen is reeds een uitgebreide risicoanalyse gedaan op niet-doelwitorganismen.’ Verder vindt Nefyto dat het rapport niet feitelijk ingaat op de relatie tussen landbouw en ecosysteemdiensten, en dat preventief gebruik wel degelijk past in ‘de gedachtenlijn van geïntegreerde gewasbescherming’.

Report European Science Academies 'Ecosystem services, agriculture and neonicotinoids': http://www.easac.eu/fileadmin/Reports/Easac_15_ES_web_complete.pdf