artikel afdrukken
bionieuws 6, 28-03-2015

interview
‘Biologie zit in het hart van Wageningen’

Na tien jaar rectoraat in Wageningen gaat gewasecoloog Martin Kropff in Mexico het internationale maïs- en tarwe-onderzoeksinstituut Cimmyt leiden. ‘We staan nog steeds voor enorme uitdagingen.’

Door Gert van Maanen
© bionieuws


‘Positivisme zit bij mij heel diep, dat is echt niet gespeeld. Gewoon omdat ik geloof dat er altijd kansen zijn. Als je als leidinggevende er al niet meer in gelooft, dan moet je meteen stoppen met je werk en wegwezen’, zegt bioloog Martin Kropff (1957), nu nog rector magnificus van Wageningen Universiteit en lid van de raad van bestuur van Wageningen UR. In zijn werkkamer heeft hij een prachtig uitzicht op alle nieuwe gebouwen die zijn opgeschoten op de Wageningen Campus. Op 1 juni verlaat hij Wageningen om algemeen directeur te worden van het internationale instituut Cimmyt net buiten Mexico-Stad. Hij kijkt met trots terug op wat er in Wageningen is bereikt.

‘Toen ik in 2005 aantrad was de situatie verre van rooskleurig’, schetst Kropff. ‘De instituten schreven rode cijfers en de totale instroom aan eerstejaars daalde tot onder de vijfhonderd. Die situatie herkende ik van de kenniseenheid Plant, waar ik vier jaar daarvoor directeur was geworden. Daar hadden we in 2001 nog maar vijf eerstejaars in de plantenwetenschappen, echt dramatisch’, aldus Kropff. ‘Ik ben altijd overtuigd geweest dat die daling niet onvermijdelijk was, omdat gezien de groeiende wereldbevolking voedselproductie er enorm toe doet. We hebben die afgestudeerden echt nodig en waren al bezig met belangrijke issues van de toekomst. Alleen de invulling was nogal technisch en afstandelijk.

‘We zijn in 2005 begonnen een nieuwe strategie te maken. Simpel gezegd hebben we daar toen vooral de mens in geschreven. Ik denk nog steeds dat dat de ommekeer in gang heeft gezet’, vertelt Kropff terwijl hij er een laptop bij pakt. ‘We hadden leefomgeving en voeding en voedselproductie als erkende aandachtsvelden. Daar hebben we gezondheid, leefstijl en levensomstandigheden aan toegevoegd, als derde bol in het schema. Wat we doen gaat over mensen. We werken via voedingskwaliteit, voedselzekerheid en voedselveiligheid ook aan gezondheid, al zijn we geen medische faculteit. Door onze opleidingen anders te profileren, zette al vrij snel de groei weer in. In het begin nog fragiel, maar in 2007 steeg de instroom al met 15 procent.’ Met een jaarlijkse instroom van vijftienhonderd eerstejaars en duizend masterstudenten en in totaal tweeduizend promovendi staat Wageningen nu goed op de rails, constateert Kropff.

Verankerd
‘We zijn gegroeid, maar hebben de sfeer van kleinschaligheid behouden. Toen we in 2005 voor het eerst op nummer één stonden in de Keuzegids Hoger Onderwijs, hebben we iedere student een t-shirt met “Wageningen nr. 1” gegeven. Iedereen zei toen dat die hoge score kwam omdat we zo klein waren. Toch staan we ook nu nog bovenaan’, stelt Kropff.

Biologie zit volgens hem diep in Wageningen verankerd. Hij studeerde zelf biologie in Utrecht, maar deed zijn promotieonderzoek naar de invloed van zwaveldioxide op plantgroei en gewasopbrengst bij de eigenzinnige en gelauwerde Wageningse productie-ecoloog Cees de Wit. ‘Biologie met een toepassing is een ideale combinatie en Wageningen is de Nederlandse universiteit van de biologie. Behalve voeding en landbouw zit ook biologie en natuur in het hart van onze organisatie’, zeg Kropff, terwijl hij het bollenschema laat zien dat hij op de afgelopen dies natalis presenteerde. ‘We leven in Nederland in een van de meest fragiele delta’s van de wereld en hebben toch wildernis als de Waddenzee weten te behouden en zelfs nieuwe wildernis weten te creëren. Bouwen met natuur is iets waarmee we internationaal goed scoren.’

Samenwerken met bedrijven ziet Kropff als een logische consequentie van wetenschap die relevant wil zijn. ‘Ik roep inderdaad altijd dat wetenschap impact moet hebben. Je geeft je onafhankelijkheid niet op als je onderzoek in opdracht doet. Zolang onderzoekers alles publiceren maakt het niet uit of ze het uit eigen nieuwsgierigheid doen of omdat een bedrijf, overheid of milieugroepering iets wil weten. Wel moet je vaker uitleggen waarom je het onderzoek deed en onderzoekers moeten geen activist worden’, vindt Kropff.

Vanaf 1 juni gaat hij werken voor het onderzoeksinstituut voor maïs en tarwe Centro Internacional de Mejoramiento de Maíz y Trigo (Cimmyt) in Mexico. Dat wordt – net als de veertien andere instituten van het Consortium of International Agricultural Research Centers – vooral gefinancierd door negentig donorlanden en organisaties. Het is vooral bekend dankzij de Amerikaanse bioloog en Nobelprijswinnaar Norman Borlaug die met nieuw veredelde, hoogproductieve dwergtarwerassen aan de basis stond van de Groene Revolutie in de landbouw. ‘Gezien de groeiende wereldbevolking staan we nog steeds voor enorme uitdagingen. Hiervoor is internationale samenwerking vereist en daar wil ik me graag voor inzetten’, zegt Kropff. Hij werkte direct na zijn promotie ook al vijf jaar als onderzoeker voor het internationale rijstonderzoeksinstituut IRRI op de Filipijnen. ‘Als er weer zo’n window of opportunity langskomt moet je die grijpen. Het volgen van je passie geeft energie en voldoening.’