artikel afdrukken
bionieuws 5, 14-03-2015

achtergrond
Baarns onderzoeksparadijs voor vrouwen

Veldstations bloeiden op of stierven een zachte dood. Een rondgang langs de historie en hoogtepunten van Nederlandse biologische stations en hun markante bewoners. Dit keer: Phytopathologisch Laboratorium Willie Commelin Scholten

Door Gert van Maanen
© bionieuws


‘Werken en feesten vormt schoone geesten’. Dit motto van de eerste Nederlandse vrouwelijke hoogleraar Johanna Westerdijk staat nog te lezen boven de ingang van het voormalige koetshuis Madoera in een Baarnse villawijk. Het pand – nu een esoterisch
loopbaancentrum – fungeert jarenlang als practicumruimte van het Phytopathologisch Laboratorium Willie Commelin Scholten (‘het WCS’), geleid door de markante plantenziektekundige Westerdijk. Zij en haar laboratorium maken in de vorige eeuw internationaal naam met onderzoek naar de iepenziekte, die daardoor voortleeft als Dutch Elm Disease. Vanaf 1907 krijgt Westerdijk tevens de verantwoordelijkheid over een kleine collectie schimmels, die onder de naam Centraal Bureau voor Schimmelcultures uitgroeit tot de grootste schimmelcollectie ter wereld.

De oorsprong van het WCS ligt in Amsterdam. In 1893 overlijdt de talentvolle biologiestudent Willie Commelin Scholten, waarschijnlijk door zelfmoord. Zijn schatrijke ouders willen ter nagedachtenis een privaat onderzoekslab financieren en plantengeneticus Hugo de Vries beweegt hen te investeren in onderzoek aan plantenziekten. In 1894 start het WCS in een herenhuis met tuin bij het Vondelpark. De Wageningse plantenziektekundige Jan Ritzema Bos wordt directeur en bouwt het lab uit tot landelijk consultatiebureau voor plantenziekten: alleen al in 1902 komen 1169 adviesbrieven binnen. Voor Ritzema Bos is dit het opstapje naar het directeurschap van
de Plantenziektekundige Dienst, waarvoor hij in 1905 naar Wageningen terugkeert.
Het WCS blijft ontredderd achter en sluit tijdelijk de deuren. Tot in 1906 de net in Zürich gepromoveerde 23-jarige Westerdijk het directeurschap op zich neemt. Zij heeft de
ambitie een echt onderzoekslaboratorium van het WCS te maken.

Vrijgezel
Westerdijk is een onconventionele en energieke vrouw die zich door vrienden laat aanspreken met ‘Hans’ en haar hele leven vrijgezel blijft. Ze heeft een voorliefde voor partijtjes, maar ook een groot organisatietalent en plichtbesef. Zo grijpt ze in 1920 de kans om het WCS naar villa Java in Baarn te verhuizen en uit te bouwen tot een interuniversitair instituut van de universiteiten van Amsterdam en Utrecht. In Baarn werpt
een reeks promovendi zich vanaf 1921 op een onbekende ziekte in iepen. Die blijkt veroorzaakt door een schimmel en verspreid door een kevertje, zo constateren zeven Baarnse vrouwen en een Wageningse man na jarenlang onderzoek.

Tot haar terugtreden in 1956 levert Westerdijk 56 promovendi af, waaronder 25 vrouwen:
voor die tijd een ongekend hoog aandeel. Bij iedere promotie wordt op villa Java de vlag gehesen en paraderen er drie ganzen met rood, wit en blauwe strikjes rond het pand. NadatWesterdijk in 1956 terugtreedt blijft het WCS nog ruim dertig jaar functioneren.Tot na veel schermutselingen Utrecht en Amsterdam door bezuinigingen gedwongen besluiten de onderzoeksgroepen te ontvlechten en binnen de eigen universiteit te halen.
In 1991 nemen oud-medewerkers in stijl afscheid van villa Java: met een tuinfeest.

Naam: Phytopathologisch Laboratorium Willie Commelin Scholten
Periode: 1894 – 1991
Waar: Amsterdam / Baarn
Specialisme: Iepenziekte
Nu: Owl Hotel / Spiritueel centrum Mec Spirit