artikel afdrukken
bionieuws 17, 25-10-2014

nieuws
Britten verwachten oversteek waterexoten

Door Jeroen Scharroo
© bionieuws


Groot-Brittannië staat mogelijk aan de rand van een invasional meltdown, waarschuwen een Britse en Spaanse onderzoeker in Journal of Applied Ecology (13 oktober). Exotische soorten uit Turkije en Oekraïne dreigen ecologische evenwichten in de waterwegen van het land te ontwrichten. Nederland is de belangrijkste doorvoerhaven van de gevreesde exoten.

De hypothese van de invasional meltdown voorspelt dat verschillende soorten exoten elkaar kunnen helpen zich op een nieuwe plaats te vestigen, waarbij tegelijkertijd een geleidelijk oplopende en zich versnellende verstoring van ecosystemen plaatsvindt. ‘Ik denk dat we een omslagpunt naderen’, licht onderzoeksleider David Aldridge van de University of Cambridge toe.

Met een collega bracht hij de verspreiding in kaart van 23 Pontokaspische soorten, dus afkomstig uit de Zwarte Zee en de Kaspische Zee. Doordat afgelopen eeuw de waterwegen in West- en Oost-Europa door kanalen met elkaar verbonden zijn, rukken deze soorten naar het westen op. Ook ballastwater van schepen is een berucht transportmedium voor exoten. ‘In de afgelopen twintig jaar hebben we deze soorten deze kant zien opkomen. Ze bouwen zich op in het Rijn-estuarium aan de overkant van de oceaan’, aldus Aldridge. Veertien van de onderzochte soorten hebben zich gevestigd in Nederlandse havens, noteert hij. Vier streken er recent ook in Groot-Brittannië neer, waaronder de bloedrode Kaspische aasgarnaal en de Pontokaspische vlokreeft.

De auteurs presenteren kaarten en modellen om verspreiding en effecten van de nieuwe soorten te voorspellen. Een soort waarover Aldridge zich met name zorgen maakt is de quaggamossel, die in Nederland al minstens tien jaar aanwezig is. Hij werd onlangs voor het eerst bij Londen gesignaleerd. ‘We denken dat met het arriveren van de quaggamossel de grote meltdown gaat beginnen.’

De onderzoekers hameren dan ook op een aantal preventieve maatregelen, om de voorspelde effecten te beperken. Die moeten zich vooral baseren op de af te leggen routes van exoten, niet op individuele soorten, stellen ze.

Toch tekenen ze ook op dat exoten niet alleen nadelige effecten hebben; uit literatuur concluderen ze dat 76 procent van de interacties tussen inheemse en Pontokaspische soorten positief of neutraal is. Meestal dienen de nieuwe soorten anderen tot voedsel. ‘Negatieve interacties – meestal predatie – zijn zeldzaam, wat laat zien dat Pontokaspische soorten ook kunnen co-existeren.’