artikel afdrukken
bionieuws 3, 15-02-2014

nieuws
‘Gentechkruisingen flexibeler toetsen’

Opnieuw de veiligheid toetsen van conventionele kruisingen tussen genetische gemodificeerde planten heeft geen wetenschappelijke basis, menen voedselveiligheidsonderzoekers.

Door Gert van Maanen
© bionieuws


De Europese beoordeling van de veiligheid van genetische gemodificeerde planten kan flexibeler. Met name het compleet opnieuw toetsen van kruisingen tussen genetische gemodificeerde planten is wetenschappelijk gezien niet nodig. Dit schrijven zeven Europese experts op het gebied van voedselveiligheid in Trends in Biotechnology van 2 februari. Ze pleiten de regelgeving op dit terrein aan te passen.

‘Er is nu een rare discrepantie in beoordelingen ontstaan’, zegt eerste auteur Esther Kok van het Wageningse instituut voor voedselveiligheid Rikilt. ‘Als je een genetisch gemodificeerde plant kruist met een conventioneel gewas is geen extra toetsing nodig, terwijl je wel een compleet nieuw dossier moet overleggen als je twee genetisch gemodificeerde planten kruist. Dat verschil kun je wetenschappelijk niet rechtvaardigen. Theoretisch is het niet logisch en ook in de praktijk hebben we nu genoeg ervaring om te weten dat het geen verschilt maakt’, aldus Kok.

Nu moeten bedrijven die een plant met gestapelde genetische modificaties op de Europese markt willen brengen nog een uitgebreid dossier overleggen, waaruit blijkt dat de plant veilig is. ‘Er moet dan opnieuw worden gekeken naar genetische stabiliteit, de expressie van de ingebrachte genen en de effecten op de samenstelling van de plant onder veldomstandigheden. Vooral dat laatste onderdeel is kostbaar en tijdrovend’, legt Kok uit. Het voorzorgsprincipe gaat volgens Kok en medeauteurs niet langer op, omdat er inmiddels ruim tien jaar ervaring is met zulke gestapelde gewassen. Zeker twintig gestapelde gengewassen – vooral maïs, maar ook katoen en soja – hebben inmiddels de vereiste Europese toetsing met succes doorlopen.

Volgens Kok gaat het bijvoorbeeld om gewassen die zowel herbicidetolerant als insectresistent zijn gemaakt door conventionele kruising van twee genetisch gemodificeerde lijnen. ‘Bij een groot deel van de nieuwe aanvragen gaat het om stacked events. Het is dus geen theoretische kwestie, maar iets wat echt speelt op de markt’, aldus Kok. In het algemeen stellen de auteurs dat er nu wel een erg groot verschil is ontstaan tussen de beoordeling van genetisch gemodificeerde en traditioneel veredelde planten. Dit terwijl ze geen wetenschappelijke reden zien dat bijvoorbeeld veranderingen in genexpressie bij gestapelde kruisingen wezenlijk verschillen van die bij conventionele kruisingen.

Deze visie wordt volgens de auteurs nog versterkt door het feit dat ook bij conventionele veredeling van gewassen de gevolgen vaak ingrijpend zijn. Ze kunnen leiden tot grote, vaak niet goed begrepen veranderingen in erfelijke eigenschappen en de fysiologie van de planten. Hoewel het artikel specifiek ingaat op de consequenties voor voedselveiligheid is het volgens de auteurs goed denkbaar dat de argumenten ook opgaan voor de toetsing van milieu-introductie van gestapelde gentechplanten.

De Europese toetsing van voedsel- en veevoerveiligheid van gestapelde genetische modificaties kwam tot stand na opheffing van het de facto moratorium op de toelating van nieuwe transgene gewassen in 2004. Destijds argumenteerde de Britse adviescommissie ACRE al dat toetsing van gestapelde genetische modificaties wetenschappelijk bezien niet nodig waren. De EU liet echter het voorzorgsprincipe prevaleren. In andere delen van de wereld wordt meestal de Codex-regelgeving voor toelating van transgene gewassen gebruikt. Hierin worden gestapelde genetische modificaties niet als nieuwe transgene gewassen beschouwd.

De redactie heeft Greenpeace Nederland gevraagd om een reactie op deze publicatie, maar deze helaas niet voor de deadline binnen gekregen.