artikel afdrukken
bionieuws 5, 15-03-2014

brieven
Uniformer mondiaal dieet heeft gevolgen voor voedselzekerheid

Door Paul Struik en Colin Khoury, Centre for Crop Systems Analysis, Wageningen Universiteit
© bionieuws


De gemiddelde diŽten per land gaan wereldwijd steeds meer op elkaar lijken en zijn steeds meer gebaseerd op een beperkt aantal dominante gewassen. Zo ontstaat er een uniform, mondiaal dieet, met daarin vooral westerse stapelgewassen, aangevuld met enkele gewassen die de laatste jaren sterk zijn opgekomen, zoals soja en oliepalm. En dat dieet bevat meer energie dan goed voor ons is. Dat zijn de opmerkelijke resultaten uit een internationaal onderzoek dat op 3 maart verscheen in PNAS, met ondergetekenden als eerste en laatste auteur. Het onderzoek is gebaseerd op FAO-gegevens en brengt de mondiale ontwikkelingen in voedselvoorziening voor honderdvijftig landen over de laatste vijftig jaar in kaart.

Wisten we dat nog niet? Er is veel geschreven over veranderingen in ons voedingspatroon en de effecten daarvan op onze gezondheid. Maar deze studie blinkt uit door de lange termijn waarover is gerekend en het grote aantal gewassen en landen dat is onderzocht. Bovendien nam de studie de gewassen als vertrekpunt; zo konden ook trends in productiesystemen en diversiteit van gewassen in de beschouwing worden betrokken.

Waarom is dit onderzoek belangrijk? Het betekent dat wereldwijd onze voedselzekerheid is gebaseerd op een klein aantal gewassen. We moeten zorgen dat deze gewassen veerkrachtig en voedzaam zijn.

Overconsumptie
Veerkracht kan worden bereikt door de genetische diversiteit binnen gewassen te bevorderen. We hebben een breed scala aan rassen nodig binnen deze stapelgewassen. En dat vereist aandacht voor de genetische bronnen en de wilde verwanten van onze cultuurgewassen. We zijn in het verleden meermalen tegen de gevaren van te weinig genetische variatie aangelopen. Denk maar aan de panamaziekte bij banaan, fytoftora bij aardappel en de bladvlekkenziekte bij maÔs. Zorgen voor genetische diversiteit vergt samenwerking, gedeelde belangenbehartiging, het uitwisselen van hulpbronnen en beleid dat rekening houdt met wederzijdse afhankelijkheid.

Er is ook meer aandacht nodig voor de kwaliteit van de dominante stapelgewassen. Veredelen op kwaliteit is noodzakelijk. Te denken valt aan het verhogen van gehalten aan vitamine A, zink, en ijzer. Waar nodig moeten diŽten worden aangevuld met vitamine- en mineralenrijke voedingsmiddelen. Maar de huidige diŽten worden ook wereldwijd steeds meer gekenmerkt door een overconsumptie aan energie. De toenemende dominantie van bepaalde gewassen versterkt deze trend. Het zou verstandig zijn beleid te ontwikkelen en onderzoek te doen dat verder kijkt dan de huidige hoofdgewassen, zodat boeren in de toekomst alternatieve gewassen kunnen verbouwen en daarmee ons voedselpakket gevarieerder wordt.

Wat betekent dit voor de gezondheid? De dominante stapelgewassen hebben bijgedragen aan het voeden van de mens over de hele wereld. Ondanks een sterke toename in de wereldbevolking is het aantal ondervoede mensen afgenomen. Bovendien is in veel landen de diversiteit van de belangrijkste voedingsgewassen over de afgelopen vijftig jaar feitelijk toegenomen. Per land neemt de diversiteit in het dieet vaak toe, ook al neemt de diversiteit van diŽten wereldwijd af. In veel landen is de voedselvoorziening ook nog eens sterk verbeterd, zowel in kwantiteit (voldoende calorieŽn) als in kwaliteit (micronutriŽnten). De dominantie van de hoofdgewassen gaat echter gepaard met een afnemend belang van andere gewassen. Onze hoofdgewassen moeten dus voldoende voedzaam zijn en een stabiele productie leveren. Doordat we zijn overgegaan op een overvloedige inname van energierijke voedingsmiddelen, moeten we slimme keuzes maken in wat we eten om gezond te blijven. Als onze diŽten steeds meer gebaseerd worden op deze hoofdgewassen, dan zijn er steeds minder opties voor gezonde alternatieven. Het maakt ook nogal uit hoe we de hoofdproducten consumeren. De aardappel kan gezond zijn, maar als we de knollen vooral in de vorm van frites en chips eten, draagt de aardappel ook stevig bij aan het ontstaan van voedinggerelateerde ziekten. Er is beleid nodig om de consument wereldwijd voor te lichten over gezonde voeding zoals dat in Noord-Europa al langer gebruikelijk is.

Wat zijn de belangrijkste oorzaken en krachten achter de veranderingen in het dieet? Allereerst gaat de wereldwijd stijgende koopkracht gepaard met een meer divers dieet, vooral gebaseerd op het consumeren van de grote gewassen. Vaak betekent dat overigens juist meer olie en vet, suikers, en dierlijke producten in het dieet. Wereldwijd kwamen er vooral ook goedkope oliehoudende gewassen beschikbaar.

Ook draagt de urbanisatie in belangrijke mate daaraan bij, omdat daarmee het belang van bewerkte voedingsmiddelen, fastfood, restaurants, toegang tot voedsel van elders en supermarkten toeneemt. Daarnaast zijn de globalisering, de handelsliberalisering en de verspreiding van de westerse levensstijl belangrijke drivers.

Zullen we ooit het punt bereiken dat we overal op de wereld exact hetzelfde eten? Waarschijnlijk niet. In sommige landen zien we gelukkig al weer een trend naar meer groenten en minder olie, suiker en vlees. Dat zijn trends die moeten worden gekoesterd. Ons dieet moet voedzamer, gezonder, diverser en minder afhankelijk van een klein aantal gewassen.