artikel afdrukken
bionieuws 17, 26-10-2013

brieven
Wat beschermen zeereservaten eigenlijk in de Nederlandse Noordzee?

Door Han Lindeboom, hoogleraar Mariene ecologie Wageningen Universiteit en directielid van Imares
© bionieuws


Voor het Nederlandse deel van de Noordzee zijn een aantal gebieden als Natura 2000-zeereservaat bij de Europese Unie aangemeld. Maar wat gaan we eigenlijk beschermen; iets wat juridisch moet of een relevant stuk van het Noordzee-ecosysteem? Recentelijk was ik voor een sabbatical in Australië en daar kunnen we ook voor de Noordzee nog veel leren van de bescherming van het Groot Barričre Rif (GBR).

Eerst Nederland. In een studie naar gebieden met bijzondere ecologische waarden zijn in 2005 een aantal gebieden in de Noordzee geďdentificeerd die aan de criteria van de Vogel- en Habitatrichtlijnen (VHR) of aan ecologische criteria voldeden. De overheid heeft vervolgens besloten dat alleen VHR-gebieden worden aangewezen. Van ecologische criteria was weinig over. In die periode is de fout gemaakt de visserij en natuurorganisaties niet direct bij het proces te betrekken, want dan hadden we een Noordzeebrede inzet gehad. Later is per deelgebied, bijvoorbeeld de Klaverbank, onderhandeld en dat levert nu gedrochten van reservaten op.

Stenengebied
De Klaverbank is het enige grind- en stenengebied van betekenis in ons deel van de Noordzee. Het gebied heeft een hoge biodiversiteit en van alle in ons deel van de Noordzee voorkomende bodemdieren zit 44 procent uitsluitend op de Klaverbank. Het gehele gebied is bij de Europese Unie aangemeld als te beschermen gebied. Bij het opstellen van maatregelen om het gebied tegen bodemvisserij te beschermen heeft de overheid ook visserijorganisaties en ngo’s betrokken. Terecht, maar in een te laat stadium. De ngo’s wilden zo veel mogelijk beschermen, de visserij zo veel mogelijk vissen. Daarbij is de visserij met een eigen kaart gekomen waarop de steengebieden stonden ingetekend. Deze waardevolle inbreng heeft er terecht toe geleid dat het gebied naar het noorden is uitgebreid en in het zuiden iets is afgenomen.

Uiteindelijk heeft men echter besloten alleen de verspreid liggende steengebieden te beschermen, waardoor nu drie relatief kleine en vreemd gevormde deelgebieden zijn overgebleven. Noch de vissers, noch de ngo’s stemden met dit plan in. Hiermee beschermen we alleen stenen met dieren die daarop vastzitten en nauwelijks kruipende en zwemmende dieren, en ook niet de meer zeldzame en al zwaar beďnvloede soorten. Wat wordt het ecosysteem er beter van als we een al bijna niet bevist gebied voor de visserij sluiten? Deze verdeling in relatief kleine, bijna niet te controleren deelgebieden zal weinig bijdragen aan bescherming van het ecosysteem van de Klaverbank als geheel.

Het Groot Barričre Rif laat zien hoe het ook kan. Omdat beschermingsmaatregelen van alleen riffen die al vanaf 1975 waren ingesteld onvoldoende bleken, heeft Australië in 2004 het beheerregime drastisch aangepast en de beschermde gebieden vergroot, waarbij nu 33 procent van het gehele gebied en 20 procent van elk voorkomend habitattype beschermd is. Dit heeft geleid tot snelle verbeteringen in voor alle visserij gesloten gebieden (no-take zones) waar hogere aantallen en biomassa’s van belangrijke vissoorten worden waargenomen. De vissen zijn er groter en het voedselweb is natuurlijker met meer toppredatoren. In volledig gesloten zones (no-entry zones) gaat het nog beter. De no-take zones hebben een uitstralend effect naar andere gebieden omdat grotere vissen meer jongen voortbrengen. Bescherming van alle habitattypen levert een belangrijke bijdrage aan ecosysteemherstel. Het GBR leert ook dat controle cruciaal is. Rechte grenzen, no-take zones en no-entry zones, alle biologische kenmerken beschermen en grote aaneengesloten gebieden zijn hier sleutelbegrippen.

Als we het GBR-voorbeeld volgen zouden we op de Klaverbank ook habitattypen als grof zand en de slibrijke Botney Cut moeten beschermen. Wat biodiversiteit betreft zijn we vergeten dat een groot deel van de toppredatoren dient te bestaan uit roggen en haaien, dat platte oesters over grote delen van onze Noordzee voorkwamen, dat er paardenmosselbedden waren en dat de meeste vissen veel groter en ouder werden. Waarom leggen we de lat niet hoger en proberen we iets van de verloren biodiversiteit terug te krijgen?

Het echte probleem is echter dat wij in Nederland gedwongen zijn om te opereren binnen een wettelijk kader. Als we dat niet doen gaan we onderuit bij de Raad van State. Dus kijken we nu alleen naar Habitatrichtlijncriteria als stenen, zandbank of huidige kernsoorten. Concepten als rust, ongestoordheid of ecosysteem zijn binnen dat wettelijke kader niet geduid en dus niet beschermd. Dit ligt ook ten grondslag aan de vele vormen van miscommunicatie tussen overheid, politiek, wetenschappers, visserij en maatschappelijke organisaties over de vraag wat nu het gewenste en noodzakelijke beschermingsniveau is. Er is een grote discrepantie tussen ecologisch onderbouwde beschermingsregimes, juridisch verankerde regimes en politiek haalbare regimes. Deze kloof leidt tot polderen waarbij er mijn inziens alleen verliezers zijn.

Meer dan twintig jaar geleden stelde ik voor om de zee ruimtelijk beter te verdelen: 25 procent gesloten gebieden, 75 procent open voor de visserij. Is het niet beter om in plaats van meerdere kleine gebieden maar half-half te beschermen, het op een paar plaatsen goed te doen? Laat die gebieden groot genoeg zijn om op ecosysteemniveau effecten te kunnen verwachten met mogelijke terugkeer van verdwenen soorten en herstel van biodiversiteit en populaties, inclusief grote en oude exemplaren. Optimale biodiversiteit en compleetheid van het voedselweb zijn dan leidend. Ik pleit ervoor om naast de Klaverbank voor het Friese Front te kiezen, mondiaal gezien een uniek gebied met een hoge productie en biodiversiteit.

Laat Nederland verantwoordelijkheid nemen voor serieuze bescherming en herstel van biodiversiteit in een representatief stuk van haar zeegebied.

Lindeboom presenteerde zijn visie over de bescherming van biodiversiteit tijdens de Noordzeedagen, die 10 en 11 oktober in Den Helder zijn gehouden. Een langer opiniestuk verschijnt in het novembernummer van De Levende Natuur.