artikel afdrukken
bionieuws 9, 25-05-2013

achtergrond
Valkuilen voor de gesponsorde prof

Universiteiten verliezen aan geloofwaardigheid door extern betaalde bijzondere hoogleraren aan te stellen, beweren critici. Retoriek of reëel gevaar?

Door Gert van Maanen
© bionieuws


‘Wageningen Universiteit is bezig zijn onafhankelijkheid te verkopen aan de industrie’, stelt het Europese Pesticide Action Network (PAN) op 2 mei in een persbericht. Er is volgens PAN sprake van een stille overname, doordat de universiteit een onderzoeksmedewerker van chemiebedrijf BASF tot bijzonder hoogleraar reproductie- en ontwikkelingstoxicologie heeft benoemd. Zijn onderzoeksresultaten zouden keer op keer precies in het straatje passen van de industrie. Wageningen Universiteit ontkent de aantijgingen twee dagen later in een persverklaring. Hierin stelt zij haar ‘leidende en onafhankelijke autoriteit’ juist te ontlenen aan onderzoek van hoge kwaliteit, gepubliceerd in internationale tijdschriften met peer review. ‘Dit vormt de kern van wetenschappelijk onderzoek en garandeert de onafhankelijkheid’, aldus de persverklaring.

Het welles-nietesritueel rond gesponsorde bijzondere hoogleraren steekt met zekere regelmaat de kop op. Opvallend vaak is Wageningen Universiteit kop van jut: in 2004 ageerde stichting Wakker Dier tegen de benoeming van Bert Urlings tot bijzonder hoogleraar ketengestuurde dierlijke productie. De stichting noemde Urlings zelfs ‘de vleesgeworden belangenverstrengeling’, omdat hij in het dagelijks leven directeur kwaliteitszorg was bij vleesproducent Dumeco. Een nieuwe mediagolf ontstond in 2011 toen Wakker Dier een klacht indiende bij de Reclame Code Commissie, omdat zij misleidende ‘wetenschappelijke’ reclame in Wageningse persberichten signaleerde. De universiteit zou stelselmatig de boodschap ‘melk is gezond’ inzetten om het negatieve imago van melkvet te neutraliseren. De aanstelling van drie door de zuivelsector gefinancierde bijzondere melkprofessoren zou de hechte banden tussen Wageningen en de zuivelsector aantonen. Wakker Dier maakte zich zorgen over zorgvuldigheid, onpartijdigheid en onafhankelijkheid in de wetenschapsbeoefening en klaagde dat de universiteit niet echt transparant was over financiering en nevenfuncties van haar bijzondere hoogleraren.

De Reclame Code Commissie wees de klacht af, omdat er geen sprake was van aanprijzingen van melk door een adverteerder. Sindsdien is de Wageningse transparantie wel aanzienlijk toegenomen. De universiteit geeft op een website een actuele lijst leerstoelen en hun financieringsbron en maakte ook de richtlijnen en procedures voor het instellen van leerstoelen en het benoemen en evalueren van hoogleraren openbaar.

Gevarenzone
Toch is Wakker Dier allerminst tevreden. Campagneleider Sjoerd van de Wouw vindt nog steeds dat de zuivelsector in Wageningen te veel invloed heeft. Hij verwijst naar de recente benoeming van een nieuwe zuivelprof. Medisch bioloog Joost van Neerven is op 1 mei bij de leerstoelgroep Celbiologie en immunologie benoemd tot buitengewoon hoogleraar Mucosale immuniteit, een leerstoel gefinancierd door zijn werkgever FrieslandCampina. ‘Tezamen met eenzijdige verheerlijking van grootschalige vee-industrie door haar bestuursvoorzitter heeft Wageningen de gevarenzone qua geloofwaardigheid bereikt’, stelt Van de Wouw.

Simon Vink, woordvoeder van Wageningen Universiteit, is niet onder de indruk van de kritiek. ‘PAN en Wakker Dier wekken de suggestie dat FrieslandCampina of BASF een leerstoel koopt, maar dat is niet het geval. Deze bedrijven maken hun werknemers een dag in de week vrij om als hoogleraar een bijdrage te leveren aan ons onderzoek en onderwijs. Dat is een gezamenlijk belang, omdat we zo met twee benen in de samenleving staan. Bovendien toetsen we alle hoogleraren aan dezelfde criteria om hun wetenschappelijke kwaliteit te waarborgen. Als bijzondere hoogleraren hieraan niet voldoen, raken ze na vijf jaar die positie kwijt.’ Dat Wageningen volgens eigen overzichten 99 reguliere leerstoelen heeft en 80 extern gefinancierde hoogleraren, moet volgens Vink in het juiste perspectief worden gezien. ‘Die 99 hoogleraren werken vrijwel altijd voltijds, terwijl de extern gefinancierde hoogleraren maar een dag per week hier werken. Het merendeel komt van onderzoeksinstellingen waarmee we samenwerken, slechts een beperkt deel komt uit het bedrijfsleven’, aldus Vink.

Aan de Leidse bčtafaculteit werken 21 bijzonder hoogleraren. Decaan en bioloog Geert de Snoo: ‘Wij zijn terughoudend in het aanstellen van bijzondere hoogleraren met financiering uit het bedrijfsleven en gaan in principe uit van open werving. Een bedrijf kan dus niet automatisch een leerstoel financieren én de hoogleraar leveren.’ Dit voorkomt loyaliteitskwesties en de zweem van belangenverstrengeling. De Snoo was tot 2013 zelf twee perioden bijzonder hoogleraar agrarische natuur- en landschapsbeheer in Wageningen. Die functie vervulde hij destijds naast zijn hoogleraarschap en directeurschap van het Centrum voor Milieuwetenschappen van Universiteit Leiden. Het landbouwministerie had de bijzondere leerstoel ingesteld. ‘De bijzondere leerstoel was ingesteld door een speciaal in het leven geroepen onafhankelijke stichting. De financiering hiervan kwam uit verschillende richtingen: overheden, natuurorganisaties en landbouworganisaties. Dat functioneerde naar tevredenheid en ik denk dat dit ook voor andere gesponsorde bijzondere leerstoelen een interessant model kan zijn.’

Valkuil
De Groningse dierecoloog Theunis Piersma koos bewust voor een andere constructie toen het Wereld Natuur Fonds en de Vogelbescherming het mogelijk maakten zijn reguliere leerstoel in te ruilen voor een hoogleraarschap trekvogelecologie. Piersma: ‘Ik ben een bijzondere bijzonder hoogleraar of eigenlijk géén bijzonder hoogleraar. Ik ben gewoon nog steeds in dienst bij de universiteit, dus is er wat dat betreft voor mij weinig veranderd. Wel realiseer ik me dat maatschappelijk betrokken onderzoek valkuilen kan opleveren. De basis blijft echter goed onderzoek doen en dat collegiaal laten toetsen. Dan sta je al vaak genoeg onder een koude douche. Als maatschappelijke organisaties vervolgens ook het spervuur op je openen kan dat er nog wel bij. Zulke discussies scherpen het onderzoek.’ Piersma is ook geen tegenstander van door bedrijven gesponsorde projecten of leerstoelen, zolang het maar zichtbaar is en er wetenschappelijke publicaties uit voortkomen. ‘We moeten eerder uitkijken voor de kortademige rapportencultuur en het verkondigen van welkome boodschappen bij opdrachtgevers. Dat vormt – ook voor veel Wageningse instituten – een veel groter probleem’, aldus Piersma.

Alterramedewerker Paul van den Brink en bijzonder hoogleraar chemische stressecologie in Wageningen is verbaasd over het verwijt van PAN dat hij zijn oren zou laten hangen naar Bayer en Syngenta. Die bedrijven hebben een financiële bijdrage geleverd aan de opstart van zijn onderzoek naar methodiekontwikkeling voor risico-inschattingen van bestrijdingsmiddelen. PAN claimt nu dat de normen voor neonicotinoďden dankzij dit onderzoek zouden zijn opgerekt. Toevallig gaat de laatste wetenschappelijke publicatie van Van den Brink juist over schadelijke effecten van zeer lage concentraties van het neonicotinoďde imidacloprid op eendagsvlieglarven. ‘Wat dat zegt, laat ik graag aan jullie oordeel over’, reageert Van den Brink. ‘Momenteel heb ik geen financiering meer van Bayer en Syngenta. Toch denk ik dat ik de industrie wel een dienst bewijs als we echt  aantonen dat een middel van hun schadelijke effecten heeft. De marketingafdeling zal er wellicht anders over denken, maar zo’n bedrijf geeft toch niet voor niks in zijn brochures hoog op van product stewardship.’

Kader: Het voorland van de wc-eendprofessor
Critici zien het als een uitwas, maar de opmars van door het bedrijfsleven betaalde hoogleraren is ook eenvoudig te beschouwen als een bijeffect van een algemene maatschappelijke ontwikkeling. Universiteiten worden immers geacht een grotere rol te spelen in economische groei en innovatie. Van oudsher zijn Angelsaksische landen voortrekkers in deze trend. In het Verenigd Koninkrijk valt het complete hoger onderwijs sinds 2007 onder het Department for Innovation, Universities and Skills. Deze situatie geldt in Nederland ook voor het agrarisch onderwijs. In de Verenigde Staten is in het academisch contractonderzoek eveneens een pioniersrol weggelegd voor de agrarische sector. Daar zijn sinds de jaren tachtig de voorheen voornamelijk publiek gefinancierde land-grant universities actief gestimuleerd meer geld uit de private sector te halen.

Financiering
Inmiddels is bijna een kwart van het budget van die universiteiten afkomstig uit de industrie. Volgens de consumentenorganisatie Food & Water Watch heeft dit hun publieke onderzoeksmissie gecorrumpeerd. In het rapport Public Research, Private Gain (april 2012) stelt de organisatie dat de financiering van academisch onderzoek door de industrie zorgt voor ‘routineus gunstige onderzoeksresultaten voor industriële sponsors’. Food & Water Watch signaleert een uitholling van de publieke functie van de universiteiten en een groeiende afhankelijkheid van de agribusiness vanwege de financiering van onderzoeksprojecten en sponsoring van leerstoelen, vakgroepen en nieuwe universiteitsgebouwen. In de Verenigde Staten is de aanstelling van bijzondere leerstoelen soms rechtstreeks gekoppeld aan onderzoeksfinanciering van het betrokken bedrijf. Via de sponsoring en naamgeving van gebouwen zijn bedrijven ook letterlijk zichtbaar op de universiteitscampus. Zo beschikt de University of Minnesota over het Cargill Plant Genomics Building, heeft de University of Arkansas haar Business School vernoemd naar een oprichter van Walmart en is een vleugel met studentenvoorzieningen van Iowa State Univer-sity vernoemd naar biotechgigant Monsanto.

Volgens woordvoerder Simon Vink heeft Wageningen Universiteit geen concrete plannen diezelfde richting op te gaan. ‘Het is niet aan de orde. Maar we schamen ons niet voor onze goede banden met het bedrijfleven, dus uitsluiten doe ik ook niet.’

Kader: Een woud aan professoren
De titel van professor is een geliefd hebbedingetje. Zo liet voormalige LPF-leider Pim Fortuyn zich maar al te graag professor Pim noemen, ook jaren nadat hij zijn bijzonder hoogleraarschap in Rotterdam gedwongen had opgegeven. Formeel is professor slechts een aanspreektitel voor iemand die het ambt van hoogleraar uitoefent op een universiteit. De Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) vermeldt alleen dat hoogleraren en eervol ontslagen oud-hoogleraren gerechtigd zijn de titel professor te voeren. Hoogleraren zijn ‘bij uitstek verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het hun toegewezen wetenschapsgebied’, worden geacht onderwijs te geven en hebben het recht als promotor op te treden. De WHW kent maar twee soorten leerstoelen: gewone, door de universiteit zelf ingestelde leerstoelen en bijzondere leerstoelen, ingesteld door andere rechtspersonen. Nederlandse universiteiten hebben veel vrijheid hun leerstoelenbeleid zelf vorm te geven. Ze hebben een heel scala aan leerstoeltypen opgetuigd, waarbij de definities en naamgeving tussen universiteiten soms opmerkelijke verschillen vertonen. Een korte rondgang in het woud van (would be-)professoren.

Gewoon hoogleraar
(onbepaalde aanstelling, meestal voltijds, inclusief bestuurlijke taken)
Kernhoogleraar
(zie: Gewoon hoogleraar; UU)
Adjunct-hoogleraar
(vijf jaar, tenure track, RUG)
Universiteitshoogleraar
(excellent, extra budget, universiteitsbrede leeropdracht)
Faculteitshoogleraar
(excellent, extra budget, universiteitsbrede leeropdracht)
Akademiehoogleraar
(vijf jaar, excellent, tussen 54 en 59 jaar, betaald door KNAW)
Buitengewoon hoogleraar
(vijf jaar, niet structureel, geen bestuurlijke taken, WU: zie Bijzonder hoogleraar)
Persoonlijk hoogleraar
(vijf jaar, niet structureel, geen bestuurlijke taken)
Profileringshoogleraar
(vijf jaar, toegespitste leeropdracht, geen bestuurlijke taken, UU)
Honorair hoogleraar
(vijf jaar, deeltijd, niet structureel, geen bestuurlijke taken, RUG / UvA)
Gasthoogleraar
(korte periode, toegespitste leeropdracht, geen bestuurlijke taken)
Wisselhoogleraar
(cyclisch / jaarlijks, toegespitste leeropdracht, geen bestuurlijke taken)
Bijzonder hoogleraar
(vijf jaar, toegespitste leeropdracht, geen bestuurlijk taken, extern gefinancierd)
Assistant professor
(geen hoogleraar, Engelse vertaling universitair docent)
Associated professor
(geen hoogleraar, Engelse vertaling universitair hoofddocent)
Lector
(voormalige academische titel, nu in hbo voor onderzoekers uit beroepspraktijk met een deeltijdaanstelling aan hogeschool)