artikel afdrukken
bionieuws 19, 24-11-2012

onderwijs
Een woud van online lessen

Docenten vinden op internet een keur aan online lesmateriaal: losse bronnen, les-elementen of zelfs hele lessenseries. Maar waar te beginnen in die veelheid? Een zoektocht naar wie wat maakt, en wie de kwaliteit garandeert.

Door Nienke Beintema
© bionieuws


Zoek eens op internet naar online lesmateriaal voor biologie, en je valt achterover van verbazing. Er zijn tientallen sites waar docenten gratis uit kunnen putten. Wikiwijs, Biologielessen, Bioplek, VO-content, Digischool, Les 2.0, Leshulp, Biodoen, Biologiepagina, Natuurinformatie, Verrijkingsstof, en zo gaat het rijtje nog even door. Maar hoe weet je als docent nu waar je de beste, leukste, mooiste materialen vindt , wie die heeft gemaakt en hoe betrouwbaar die zijn?

Neem de website Biodoen.nl. Die ziet er professioneel uit met kleurrijke foto’s. De site biedt gerangschikt naar niveau materiaal over onderwerpen als indeling van het dierenrijk en stofwisselingsroutes. Maar wie verder klikt, ziet dat de site vooral losse flarden informatie bevat, en verder filmpjes en quizjes. Voor wie is die site nu bedoeld, wie heeft hem gemaakt? Goed verstopt is er een kort colofon, maar daar word je weinig wijzer van.

En dan zijn er nog platforms die verschillende initiatieven bij elkaar brengen, zoals Wikiwijs, en initiatieven van scholen voor scholen, zoals Digischool en VO-content.

‘Wikiwijs is de spin in het web’, zegt Marijn Willems, projectleider communicatie van Wikiwijs. ‘Het biedt materialen aan die scholen en docenten zelf hebben gemaakt of herbewerkt, maar het ontsluit ook andere collecties, zoals de stercollecties van VO-content, materiaal uit Digischool, Groen Kennisnet en veel meer. Wikiwijs probeert docenten te helpen bij de zoektocht in het woud van online lessen.’

Wikiwijs is in 2008 opgezet door Kennisnet en de Open Universiteit, in opdracht van toenmalig onderwijsminister Ronald Plasterk. Hij wilde dat de toegankelijkheid en de kwaliteit van online lesmateriaal zouden verbeteren. ‘Dat is tot nu toe redelijk gelukt’, zegt Willems. ‘Wikiwijs is voor veel docenten en scholen uitgegroeid tot de centrale plek om hun zoektocht naar lesmateriaal te beginnen. Jaarlijks registreren we ongeveer 365 duizend bezoeken en 500 duizend downloads. Bij ons kunnen docenten de materialen gedetailleerd doorzoeken. Ook kunnen ze een speciale arrangeer-tool gebruiken en materialen delen.’

Wikiwijs werkt samen met veel andere initiatieven, benadrukt Willems. ‘Het uitgangspunt is het vergroten van het aanbod en de vindbaarheid van goed leermateriaal’, zegt hij. Hij noemt als voorbeeld de samenwerking met Stichting VO-content.

‘Wij zijn een initiatief van en voor scholen’, vertelt Ron Zuijlen van VO-content. ‘Wij ontwikkelen doorlopende leerlijnen en organiseren het open domein.’ Ook hij is tevreden over de samenwerking met Wikiwijs. ‘Wikiwijs is de portal die alle materialen bij elkaar brengt en waarmee je het meest geavanceerd kunt zoeken’, zegt hij, ‘en die opzet werkt heel goed. Ons eigen doel is het samenstellen van wat we dekkende leerlijnen noemen: lesmateriaal voor een heel theoriejaar, dat in principe het boek kan vervangen. Vanuit bepaalde kerndoelen en vaardigheden maken wij stercollecties voor verschillende leerjaren en niveaus, die vervolgens te vinden en te bewerken zijn via Wikiwijs.’ Er zijn 220 scholen aangesloten bij VO-content, en die betalen per leerling 7 euro per jaar. Zuijlen: ‘Van dat geld houden de makers het materiaal actueel, op basis van feedback van de gebruikers, en ze assisteren bij het gebruik ervan op scholen.’ De makers, zo legt hij uit, zijn docenten die samenwerken met professionele uitgevers.

En Digischool dan? Ook dat platform noemt zichzelf hét startpunt voor docenten die online lesmateriaal zoeken. ‘Toen Wikiwijs werd gelanceerd, waren wij heel verbaasd’, zegt Erik Verhulp van Digischool, ‘want wij waren toen al ruim tien jaar bezig met onze portal. Waarom de Nederlandse overheid dan een nieuw initiatief moest lanceren, was ons onduidelijk. Inmiddels is Wikiwijs sterk geëvolueerd, en werken we er nauw mee samen. Wikiwijs heeft veel nuttige functionaliteiten, bijvoorbeeld voor zoeken en arrangeren.’ Digischool heeft een andere aanpak dan Wikiwijs en VO-content, benadrukt Verhulp: docenten kunnen lid worden van een vakcommunity en op die manier samen materialen maken.

Kwaliteit
Die vakcommunity’s wisselen niet alleen informatie uit, maar zorgen ook voor kwaliteitscontrole, aldus Verhulp. ‘Daarin werken wij samen met Wikiwijs’, zegt hij. ‘Nu controleren de communitymanagers al het lesmateriaal en kunnen de gebruikers het beoordelen; binnenkort richten we samen met Wikiwijs per domein keurmerkgroepen op die de kwaliteit bewaken.’

Ook Willems van Wikiwijs noemt kwaliteit als belangrijk aandachtspunt. ‘Docenten kunnen nog steeds zelf het beste bepalen welk materiaal geschikt is’, zegt hij. ‘Docenten kunnen de materialen daarom zelf in Wikiwijs beoordelen op een schaal van 1 tot 5, of er een review over schrijven. Het beste materiaal komt in de zoekmachine automatisch bovendrijven.’

Het idee van keurmerkgroepen is in 2011 ontstaan, legt hij uit. ‘Een aantal betrokken partijen beoordeelt lesmateriaal op kwaliteit en geschiktheid voor specifieke doelgroepen. Deze keurmerken zijn in Wikiwijs zichtbaar, en gekoppeld aan kwaliteitscriteria.’

Van onderlinge concurrentie is geen sprake, aldus de betrokkenen. Ze stellen dat de initiatieven elkaar aanvullen en onderling prima samenwerken. Maar waar moet je als docent nu starten? Dat hangt ervan af waar je naar op zoek bent. Wikiwijs lijkt altijd geschikt als startpunt, maar wie specifiek op zoek is naar een complete digitale leerlijn, kan ook meteen terecht bij VO-content. Wie inhoudelijk wil discussiëren met vakgenoten, is op zijn plek bij Digischool. De overige sites bieden voor docenten vaak mooie krenten in de pap – maar vergeet niet eerst de colofon te checken.

Kader: Ook in Wikiwijs: Les 2.0
Docenten rechtstreeks digitaal toegang geven tot educatieve bronnen van erfgoedinstellingen: dat is waarvoor Les 2.0 is opgezet. Dit collectief opereert onder de paraplu van het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid. Ook ondermeer het Nationaal Archief en Naturalis stellen hun digitale collecties beschikbaar via Les 2.0. ‘Maar met alleen bronnen ontsluiten ben je er niet’, zegt Dalida van Dessel van Beeld en Geluid. ‘We bieden docenten ook complete lesmaterialen aan, gemaakt door de erfgoedinstellingen samen met onderwijskundigen. De meerwaarde is dat docenten met Les 2.0 hun eigen lessen kunnen verrijken en arrangeren, en er zelf de digitale educatieve bronnen bij kunnen pakken.’ Ook Les 2.0 is toegankelijk via Wikiwijs.

Correctie 4-4-2013: 10voorBiologie verwijderd uit opsomming in eerste alinea (is geen gratis website)