artikel afdrukken
bionieuws 8, 05-05-2012

achtergrond
Tweespalt in de plantenveredeling

Octrooien op plantengenen frustreren vernieuwingen in de plantenveredeling. Dat vindt kwekersorganisatie Plantum. Maar biotechorganisatie Niaba vindt het openbreken van de Europese Bio-octrooirichtlijn nog gevaarlijker. ‘Het is erger dan het openen van de doos van Pandora.’

© bionieuws

Dromen horen een beetje bij de wereld van kwekers. Wat is er immers mooier dan een echt kindvriendelijk, smaakvol spruitje te ontwikkelen? Of een reuzenpompoen die alle wereldrecords verpulvert, of een aardappelras dat duurzaam resistent is tegen de gevreesde aardappelziekte? Eeuwige roem en grote rijkdom liggen dan binnen handbereik.

Natuurlijk komen zulke dromen zelden uit. Erger nog, het toenemend aantal octrooien op plantengenen en moderne veredelingstechnieken bezorgt menig kweker juist slapeloze nachten. Octrooien maken het steeds lastiger een nieuw plantenras op de markt te brengen en doorkruisen het relatief open oude systeem van het kwekersrecht, meent kwekersorganisatie Plantum.

Voor 1998 was de situatie in Nederland overzichtelijk. Wie kwekersrecht had over een ras, kreeg het alleenrecht op zaadverkoop en vermeerdering van dit ras. Het stond andere kwekers wel vrij dit ras verder te gebruiken voor verdeling. Zo konden zij zelf een verbeterd ras creëren, daarop kwekersrecht verwerven en hiervan de vruchten plukken.

In 1998 voerde Europa de Bio-octrooirichtlijn in. Sindsdien zijn octrooien op plantmateriaal, op ‘natuurlijke genen’ en op vindingen in de plantenveredeling in opkomst. De Europese Unie kent zulke octrooien steeds vaker toe, wat veel kwekers een doorn in het oog is (zie kader: Octrooi- en kwekersrecht).

‘Octrooien en kwekersrecht hoeven elkaar niet te bijten. Dat hebben ze ook jaren niet gedaan, maar sinds de invoering van Europese Bio-octrooirichtlijn is de balans zoekgeraakt’, stelt Plantum-directeur Niels Louwaars. Zijn organisatie wil de richtlijn daarom openbreken en via een volledige kwekersvrijstelling in het octrooirecht het originele verbod op patenteren van plantenrassen weer herstellen. ‘Bescherming van intellectueel eigendom is bedoeld om innovatie te stimuleren. Achteraf gezien had de sector meteen lawaai moeten maken toen de richtlijn werd ingevoerd. In eerste instantie ging het bij patenten eigenlijk alleen om genetisch gemodificeerde organismen en die hadden we nu eenmaal niet in Europa. Dankzij slimme juridische trucjes zijn grote biotech-bedrijven er nu in geslaagd allerlei biologische processen of algemene planteigenschappen in octrooien vast te leggen’, zegt Louwaars.

Gezondheidsclaim
Een voorbeeld dat het octrooisysteem uit de hand loopt, is volgens Louwaars het Europese patent dat het Britse biotechbedrijf Plant Bio-science Limited verkreeg op een niet-transgene broccoli met een hoger gehalte van de antioxidant glucorafanine. ‘Het octrooi bestrijkt niet alleen de methode om deze gezondheidsbevorderende stoffen te identificeren, maar ook

selectie en productie van de gewenste broccoliplanten. Je patenteert dan gewone biologische processen en veredelingstechnieken, en in essentie zelfs de complete productie van broccoli met een gezondheidsclaim, van veredeling tot in de supermarkt. Wij zijn niet blij met zulke diep doorwerkende octrooien. En daarin staan we niet alleen. Ook Unilever tekent nu bezwaar aan tegen zulke octrooien’, aldus Louwaars.

Het Franse zaadbedrijf Limagrain en ook de Zwitserse biotechgigant Syngenta tekenden al eerder bezwaren aan tegen het broccolipatent. Het octrooi op de methode werd verworpen, maar de discussie over de rechten op het materiaal gaat voort. De groente ligt sinds afgelopen najaar onder de naam Beneforté in Britse supermarkten. De Engelse onderzoeksfinancier Bbsrc roemt de introductie van de broccoli zelfs als schoolvoorbeeld van succesvolle commercialisering van Britse biowetenschappen. Er is ‘meer dan twintig jaar onderzoek van wereldklasse in gestopt’, stelt Bbsrc in een persbericht. Maar het gaat niet alleen om wetenschap, aldus Bbsrc: ‘De vertaalslag van laboratoriumtafel tot supermarktschap vraagt ook specialistische commerciële en juridische expertise.’

‘Met het octrooisysteem investeer je vooral in juristen en niet in betere rassen’, stelt Louwaars vast. Hem frustreren uitwassen als defensieve patenten, mede bedoeld om te voorkomen dat concurrenten innoveren. Daarnaast is het patentsysteem ondoorzichtig, meent Louwaars. ‘Onder kwekersrecht kun je als veredelaar gewoon meteen aan de slag, terwijl je vanwege octrooien misschien wel met tien verschillende partners in onderhandeling moet. Als er een dwarsligt, ben je weer terug bij af.’ Vooral kleine veredelingsbedrijven ontberen hiervoor de juridische expertise.

De achterban van Plantum is verdeeld. Nederlandse vestigingen van grote multinationals als Syngenta hechten aan octrooien, terwijl de kleine verdelingsbedrijven massaal het kwekersrecht omarmen. Het middelgrote familiebedrijf Enza Zaden is voor octrooien, terwijl het qua grootte vergelijkbare Rijk Zwaan de voorkeur geeft aan kwekersrecht. Louwaars: ‘De situatie is niet zwart-wit. We zijn zeker niet tegen patenten, maar het gezamenlijk standpunt van onze 380 leden is wel dat er een brede kwekersvrijstelling in het patentsysteem moet komen.’

De Tweede Kamer heeft deze roep goed verstaan. Tijdens debatten op 5 en 19 april drong een meerderheid er nog eens bij het kabinet op aan in Brussel een brede kwekersvrijstelling in het octrooirecht te bewerkstellingen. Koepelorganisatie voor biotechnologiebedrijven Niaba is mordicus tegen zo’n volledige vrijstelling. ‘Voor ons is dat een volledig onbegaanbare weg’, zegt Niabadirecteur Jan Wisse. ‘Het is erger dan het openen van de doos van Pandora, want we weten al wat er in de doos zit. Het heeft tien jaar geduurd om de huidige richtlijn op te stellen en nog eens tien jaar om hem te implementeren. Straks belanden we weer in een verlammend en emotioneel debat van “geen patent op leven”. Het openbreken levert directe schade op voor zeer innovatieve veredelings- en biotechbedrijven, een kans op grote schade voor andere sectoren en een grote onzekerheid’, aldus Wisse. ‘De vrijstelling levert ook geen echte en zeker geen snelle oplossing voor het probleem dat een deel van de kwekers voelt.’

Bestaansrecht
Het is volgens hem verstandig eerst het advies af te wachten van de commissie onder voorzitterschap van oud-EU-topambtenaar Carlo Trojan. Die doet momenteel een consultatie naar de haalbaarheid en wenselijkheid van een uitgebreide kwekersvrijstelling in het octrooirecht en mogelijke alternatieven daarvoor.

Tijdens een op 3 april door Niaba georganiseerd debat over het nut van patenten in de biotechnologie waarschuwden meerdere sprekers voor het opengooien van de Bio-octrooirichtlijn. ‘Zonder patenten en inkomsten uit licenties hebben wij geen bestaansrecht’, betoogde Willem van Weperen het Leidse medische biotechbedrijf to-BBB. En volgens Jeroen Rouppe van der Voort van Enza Zaden zet een volledige kwekersvrijstelling de klok 150 jaar terug.

Wisse denkt dat het op dit moment belangrijker is de ongenoegens en belemmeringen weg te nemen die in de kwekerswereld heersen rond de toegang tot biologisch materiaal. ‘Dat is geen probleem waarvoor je de politiek als scheidsrechter nodig hebt. Dat kan de sector zelf het beste oplossen door onderling afspraken te maken over licenties, die eerlijk, redelijk en zonder onderscheid worden gemaakt’. Tien bedrijven binnen de groentezaadsector werken in een platform aan oplossingen hiervoor, onder begeleiding van Plantum.

Oorspronkelijk nam ook Monsanto aan dit overleg deel, maar die is er uit bedrijfsstrategische overwegingen uitgestapt. Dit lijkt precies te passen in het stereotiepe beeld dat vaak van deze Amerikaanse multinational wordt geschetst: een op monopolies belust bedrijf dat na het bereiken van een machtspositie in de akkerbouwzaden bezig zou zijn eenzelfde positie te bereiken in de groenten- en sierteeltzaden, waarin Nederland traditioneel een sterke speler is. ‘Toen ik nog bij De Ruiter Seeds werkte was iedereen trots op onze sterke octrooipositie, maar nadat we in 2008 waren overgenomen door Monsanto was dat in één klap helemaal fout’, relativeert plantenveredelaar Pim Lindhout. Hij is inmiddels oud-directeur Research & Development groentezaden van beide organisaties en werkt nu bij het Wageningse startupbedrijfje Solynta.

Dat octrooien slecht zouden zijn en kwekersrecht goed, past volgens hem goed bij het romantische beeld dat mensen koesteren van veredeling. ‘In de sierteelt zijn nog steeds kwekers die ergens in een hoekje nieuwe rassen veredelen en prima uit de voeten kunnen met alleen kwekersrecht. In het algemeen heerst in Nederland een cultuur van leven en laten leven en in Amerika meer een cultuur van confrontatie en concurrentie. De controverse licenties-kwekersrecht bouwt voor een flink deel voort op die psychologie.’ Maar angst is een slechte raadgever, vervolgt Lindhout. ‘Onze kracht is dat we altijd een pragmatische oplossing weten te vinden, en octrooien horen er gewoon bij. In Solynta werken we aan nieuwe technieken om hybride aardappelplanten te ontwikkelen. Zonder octrooibescherming kunnen we de tent meteen weer sluiten. Dan valt onze droom in duigen.’

Kader: Octrooi- en kwekersrecht
Een octrooi of patent biedt Nederlandse uitvinders al meer dan een eeuw bescherming om hun innovatieve bedenksels commercieel te exploiteren. Octrooien zijn afkomstig uit de techniek en bieden twintig jaar alleenrecht. Alleen met toestemming, meestal in de vorm van een licentie, kunnen derden de uitvinding gebruiken of toepassen. Om voor een nieuw product of werkwijze een octrooi aan te vragen gelden drie basisvoorwaarden:
l nieuwheid: de ontdekking moet echt nieuw zijn en niet eerder openbaar zijn gemaakt
l inventiviteit: de uitvinding mag niet voor de hand liggend zijn
l industrieel toepasbaar: de uitvinding moet een technische toepassing kennen

Sinds 2004 is het voor bijna alle Europese landen mogelijk een patent aan te vragen bij het European Patent Office (EPO), met een vestiging in Rijswijk. Het patenteren van planten- en dierenrassen is in Europa niet mogelijk, maar sinds de instelling van de Europese Bio-octrooirichtlijn (98/44/EG) in 1998 zijn biotechnologische vindingen wel via octrooirecht te beschermen. Volgens een gerechtelijke interpretatie gaat het om ‘biologisch materiaal dat door de uitvinding bepaalde eigenschappen heeft verkregen’.

Van de miljoen patenten die de EPO sinds 1998 heeft verleend, zijn er 43 duizend gebaseerd op biotechnologie, 1690 daarvan betreffen planten. In het laatste geval gaat het vrijwel altijd om genetische modificatie; slechts 88 octrooien zijn toegekend voor niet-transgene planten.

Het kwekersrecht is een vorm van intellectueel eigendom dat is toegesneden op levende materie en specifiek op plantenrassen. Het dateert van latere datum dan het octrooirecht: Nederland kent sinds 1941 een Kwekersbesluit en sinds 1967 de Zaaizaad- en plantgoedwet. Kwekersrecht geeft de houder alleenrecht op het verhandelen van zaad of ander vermeerderingsmateriaal. Dit recht geldt voor de meeste gewassen 25 jaar, voor gewassen als aardappel, aardbei, fruitbomen en tulpen 30 of 35 jaar. Derden mogen rassen met kwekersrecht vrij gebruiken voor het maken van kruisingen. Dankzij deze zogeheten kwekersvrijstelling zijn steeds nieuwe rassen te creëren. Zo’n nieuw ras of cultivar moet altijd voldoen aan vier basisvoorwaarden:
l nieuw, dus nog niet algemeen verkrijgbaar
l onderscheidbaar van alle bekende rassen in tenminste één eigenschap
l uniform in het vertonen van kenmerken binnen één generatie
l bestendig en dus geschikt om ook na vermeerdering karakteristieken te behouden

In Nederland mogen alleen geregistreerde rassen van akkerbouw- en groente-gewassen worden verhandeld. In Neder-land verleent de Raad voor Planten-rassen in Wageningen kwekersrecht. Op EU- niveau is dit het Community Plant Variety Office in Angers, Frankrijk. Dit instituut heeft in 2011 in totaal aan 2584 nieuwe rassen kwekersrecht verleend, waarvan ongeveer de helft siergewassen, ruim 30 procent landbouwgewassen en 15 procent groentegewassen.