artikel afdrukken
bionieuws 1, 22-01-2011

nieuws
Cisgenese piepers de grond in

Een nieuwe lading gmo-aardappelen gaat komend voorjaar de grond in. Rassen met een rijtje soorteigen resistentiegenen, die langer stand moeten houden tegen Phytophthora dan eerdere rassen.

© bionieuws

Wageningse onderzoekers gaan in veldproeven volgen hoe Phytophthora zich genetisch aanpast aan genetisch gemodificeerde aardappelrassen. Die zijn duurzaam resistent gemaakt zijn tegen deze ziekte. ‘We zetten een nieuwe stap in het onderzoek naar duurzame resistentie tegen Phytoph-thora. We gaan meten of aanwezigheid van meerdere resistentiegenen leidt tot veranderingen in de genetische samenstelling van de Phytophthora-populatie in het veld’, vertelt agro-ecoloog Bert Lotz van Plant Research International. De proef gaat samen met enkele vervolgproeven met gmo-aardappelen volgens planning dit voorjaar in Wageningen van start. Het ministerie van VROM heeft voor de experimenten een ontwerpbeschikking afgegeven; de bezwaarperiode ertegen loopt tot 2 februari.

Het uiteindelijke doel van het veldonderzoek is te komen tot ‘dynamische aardappelrassen’, vertelt Lotz. Dit zijn aardappelrassen met steeds verschillende setjes resistentiegenen. Kwekers kiezen dan steeds een ras met een combinatie resistentiegenen die is afgestemd op het in de omgeving aanwezige virulentiespectrum van de ziekteverwekker. Deze opzet komt tegemoet aan kritiek van plantenziektekundigen. Die wijzen op de extreme genetische flexibiliteit van Phytophthora, een oömyceet waarvan het genoom voor bijna driekwart uit repeterende dna-sequenties bestaat. Deze dna-gebieden zijn zeer dynamisch en bevatten veel genen die belangrijk zijn voor infectie van planten. Hierdoor is resistentiedoorbraak eerder regel dan uitzondering. Lotz: ‘Het in tijd of plaats afwisselen van de set genen in het gewas verkleint de kans op een resistentiedoorbraak.

De onderzoekers willen ook kijken of het stapelen van meerdere resistentiegenen in een ras ook in het veld werkt. Lotz: ‘We gaan voor ieder ras kijken of alle ingebrachte resistentiegenen tot expressie komen. Als een ras resistentie vertoont, kan dat theoretisch immers ook te danken zijn aan slechts één gen. Dat is een ongewenste en kwetsbare situatie.’

Lotz verwacht niet dat de gebruikte duurzaam resistente aardappels geheel zonder bestrijdingsmiddelen te telen zijn. ‘Met Phytophthora kun je je geen risico’s veroorloven. We zullen nog steeds fungiciden moeten inzetten om te corrigeren, maar dat zal wel een fractie zijn van wat nu in de aardappelteelt gangbaar is. We verwachten het fungicidengebruik met minstens 80 procent te kunnen verminderen’, aldus Lotz.

De nieuwe proef maakt deel uit van het tienjarige onderzoeksproject Durph, dat in 2006 van start ging met tien miljoen euro financiering uit het Fonds Economische Structuurversterking. Binnen dit project pogen onderzoekers bestaande aardappelrassen resistent te maken met cisgenese: het inbrengen van soorteigen resistentiegenen. Die zijn afkomstig uit wilde aardappelverwanten. Inmiddels zijn twintig resistentiegenen voor Phytophthora geïsoleerd en zijn meerdere combinaties daarvan ingebouwd in populaire vatbare aardappelrassen als Première en Desirée.

Gelijktijdig met de Wageningse experimenten gaan ook in Gent veldproeven van start met Phytophthora-resistente aardappelen. Lotz: ‘Het gaat daar in totaal om 26 verschillende resistente aardappellijnen uit ons project. Die proef loopt gelijk op met onze vervolgexperimenten en heeft hetzelfde doel. We kijken of gemodificeerde gewassen de verkregen resistentie ook in het veld behouden en qua productie niet inleveren op de kwaliteitseigenschappen van de oorspronkelijke rassen.’

In het Vlaamse onderzoek wordt ook de Fortuna-aardappel van BASF meegenomen. Die is bij actievoerders waarschijnlijk het meest controversieel: die bevat naast twee ingebrachte resistentiegenen ook een gemuteerd AHAS-gen dat het gewas tolerantie geeft tegen herbiciden die op sulfonyl-urea zijn gebaseerd.