artikel afdrukken
bionieuws 17, 30-10-2010

brieven
Biodiversiteit is meer dan alleen tellen, meten en rekenen

Door Esther Turnhout, universitair hoofddocent bos- en natuurbeleid, Wageningen Universiteit
Marleen Buizer, postdoc Center of Excellence for Climate Change Woodland and Forest Health, Murdoch University, AustraliŽ

© bionieuws


2010 is het jaar van de biodiversiteit. Maar de manier waarop invulling wordt gegeven aan het begrip biodiversiteit in onderzoek, beleid en politiek is te beperkt. Deze invulling staat innovatieve nieuwe manieren waarop mensen kunnen samenleven met de rest van de biodiversiteit in de weg.

Dat is een van de conclusies van het internationale symposium Living with Biodiversity: People, Knowledge, Politics, gehouden in Naturalis op 21 en 22 september. De leerstoelgroep bos- en natuurbeleid van Wageningen Universiteit organiseerde het symposium samen met Lancaster University en het Natuurhistorisch Museum in London.

Waterzuivering
Het beperkte dominante perspectief op biodiversiteit is een natuurwetenschappelijk en economisch perspectief. Hierbij wordt biodiversiteit gezien als een product dat kan worden gemeten, geteld, gewaardeerd en vermarkt. Centraal onderdeel ervan is het begrip ecosysteemdiensten, dat duidt op de verschillende functies en diensten die biodiversiteit vervult voor mensen. Voorbeelden hiervan zijn CO2-opslag, waterzuivering en recreatie. Het begrip ecosysteemdiensten is de meest recente poging om het belang en de waarde van biodiversiteit tussen de oren van beleidmakers, politici en de rest van de maatschappij te krijgen. De hoop is dat deze zo eindelijk zullen overgaan tot effectieve bescherming.

Een eerste voorbeeld is het recente onderzoeksprogramma Biodiversiteit Werkt van NWO. In dit programma staat, naast een sterk natuurwetenschappelijke focus, het begrip ecosysteemdiensten centraal. Maatschappelijke actoren worden slechts gezien als mogelijke financiers of afnemers van ecosysteemdiensten. Een ander voorbeeld is het congres getiteld Economie en Biodiversiteit, georganiseerd door onder andere het voormalig ministerie van LNV, dat zal worden gehouden op 23 en 24 november. Dit congres heeft als doel het economisch belang van biodiversiteit in kaart te brengen en de mogelijkheden te verkennen om mensen beter gebruik te laten maken van biodiversiteit.

Op internationaal niveau zie je min of meer hetzelfde. De onderwerpen benefit sharing en property rights stonden hoog op de agenda van de bijeenkomst van de Convention of Biological Diversity, van 18 tot 29 oktober in Nagoya, Japan. Daar is ook gesproken over de oprichting van het Intergovernmental Panel on Biodiversity and Ecosystem Services, dat als taak zal krijgen politici te informeren over de door biodiversiteit geleverde diensten en de miljarden euroís die ze waard zijn.

Exploitatie
De centrale aanname in al deze voorbeelden is dat biodiversiteit alleen beschermd kan worden als die allereerst wordt geteld en gemeten, en vervolgens wordt gebruikt en verhandeld. De mens is hierbij gereduceerd tot producent, verkoper of consument van ecosysteemdiensten. Dit gaat voorbij aan de verschillende manieren waarop mensen in de praktijk invulling geven aan hun relatie met natuur en biodiversiteit.

Een dergelijk smal perspectief is op zijn best incompleet en op zijn slechtst ronduit schadelijk. Wanneer heeft de creatie van economische waarde ooit geleid tot bescherming? Veel vaker gebeurt het omgekeerde. Zo is het waarschijnlijk dat het vermarkten van bossen als CO2-opslag vooral zal leiden tot de omzetting van tropische bossen in monocultuurplantages. En van de mogelijkheid om eigendomsrechten van biodiversiteit te claimen, profiteren vooral internationale marktpartijen en niet de inwoners of de economie van het land van herkomst. De kans is groot dat omrekening van biodiversiteit in economische waarde leidt tot versnelde exploitatie en vermarkting, in plaats van tot bescherming.

De manier waarop het begrip biodiversiteit wordt ingevuld heeft invloed op het soort onderzoek dat wordt uitgezet, en dus ook op welk onderzoek niet wordt gestimuleerd en gefinancierd. Ook beÔnvloedt deze invulling het soort beleid en maatregelen dat wordt overwogen, en dus ook wat er niet gedaan zal worden. Tenslotte hangt de manier waarop we in de praktijk omgaan met biodiversiteit samen met de invulling van biodiversiteit. Het is duidelijk dat de huidige beperkte natuurwetenschappelijke en economische invulling van het begrip weinig aanleiding geeft voor optimisme. Toch vinden hierover nauwelijks kritische reflecties, onderzoek, en debatten plaats. Ministeries en onderzoeksorganisaties hebben de taak dit te stimuleren. We moeten toe naar een breder perspectief op biodiversiteit dat de mogelijkheden voor betrokkenheid met biodiversiteit vergroot, en niet reduceert tot markttransacties.