artikel afdrukken
bionieuws 18, 13-11-2010

nieuws
Een derde Nederlandse otters verkeerslachtoffer

Door Korné Versluis
© bionieuws


Ideaal otterland, zou het zijn: de Friese meren. Toch wordt er maar sporadisch een otter gezien. De snelwegen A6 en A7 blijken een dodenweg voor de Nederlandse otter en zijn waarschijnlijk de reden dat het dier zich er nog niet heeft gevestigd.

In 2002 werden in natuurgebied de Weerribben en de Wieden vijftien otters uitgezet. In latere jaren volgden er nog zestien. Samen kregen ze 109 jongen gekregen. Er zouden daarmee ruim honderd otters in de Weerribben kunnen zitten, maar het zijn er vijftig. Het verkeer is veruit de grootste oorzaak van sterfte.

Van de in totaal 140 nieuwe Nederlandse otters zijn er 62 op de snijtafels van het Wageningse onderzoeksinstituut Alterra beland. Vijftig daarvan waren verkeersslachtoffer, zegt Hans Peter Koelewijn. Minstens, want er zijn ook al jaren dieren zoek. Koelewijn analyseerde voor het instituut het dna van de otters en maakte een kaart met de verkeersslachtoffers.

Vooral mannetjes worden doodgereden. ‘s Nachts gaan ze op zoek naar leefgebieden en vrouwtjes, en kunnen wel 30 kilometer per nacht afleggen. Vrouwtjes zijn doorgaans honkvast en beperken zich tot een kleiner leefgebied. ‘Pas de laatste twee jaar zien we ook meer dode vrouwtjes. Doordat leefgebieden vol raken moeten ze op zoek naar een nieuw habitat.’

Veel slachtoffers vallen in de Wieden. Het gebied wordt doorkruist door twee wegen, de Blauwehandse weg en de Veneweg. Opvallend is dat alle slachtoffers zijn gevallen op de eerstgenoemde weg, die deels is afgezet met hekken. Op de bijna geheel afgeschermde Veneweg werd nog nooit een otter doodgereden. Op de A6 en de A7, de snelwegen van Emmeloord naar Groningen die als een boog op 20 kilometer ten noorden van het natuurgebied liggen, werden de laatste jaren acht otters doodgereden.

Migreren
De snelwegen zijn volgens Koelewijn een grote barrière voor de otter om de Friese meren te bereiken. Genomen maatregelen moeten het de otter mogelijk maken om naar het noorden te migreren. Onder de snelwegen lopen bijvoorbeeld diverse tunnels. Maar de otter lijkt liever te lopen dan te zwemmen.

Koelewijn: ‘De Weerribben en omgeving zijn zonder verkeer heel geschikt voor de dieren. Er is nu al drie jaar een populatie van veertig tot vijftig dieren die zich goed voortplanten. De jongen zijn in goede conditie en er zijn recordzware mannetjes gevonden. Maar als je otters wilt in dit land, moet je kennelijk voor lief nemen dat er veel onder de auto komen. Het schrappen van nieuwe verbindingszones tussen gebieden, zoals de overheid nu voorstaat, zal de otters in ieder geval geen goed doen.’