artikel afdrukken
bionieuws 10, 30-05-2009

achtergrond
In Memoriam: Een gedreven rekenaar aan vogeltrek

Door Marcel Vissser, Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW)
© bionieuws


Op 21 mei 2009 is, bij een tragisch ongeval, Albert (Ab) C. Perdeck omgekomen. Ab heeft gedurende lange tijd leiding gegeven aan het Vogeltrekstation en een belangrijke bijdrage geleverd aan het ringwerk in Nederland en Europa. Ook na zijn pensionering bleef hij actief in het onderzoek. Als gedreven rekenaar werkte hij mee aan publicaties, waarvan de laatste binnenkort zal uitkomen. Dat zal dan 59 jaar na zijn eerste publicatie zijn.

Ab studeerde biologie in Leiden en deed daar als student onder begeleiding van Niko Tinbergen onderzoek naar de functie van de rode vlek op de snavel bij zilvermeeuwen (Tinbergen & Perdeck, 1950). Deze klassieke studie in de gedragsbiologie wordt nog steeds geciteerd en is zelfs recentelijk door Carel ten Cate met zijn Leidse studenten herhaald.

Vanaf 1950 was Ab hoofd van het Vogeltrekstation. In 1958, toen het Vogeltrekstation overging van het Rijksmuseum voor Natuurlijke Historie naar het Instituut voor Oecologisch Onderzoek, kwam hij in dienst bij het IOO. Hij zou tot zijn pensionering in 1988 hoofd van het Vogeltrekstation blijven, waar hij inmiddels klassiek werk deed aan de kompaszin bij de trekrichting van spreeuwen. Hierbij werden ruim

elfduizend spreeuwen op trek gevangen op de vinkenbaan, geringd en vervolgens per vliegtuig naar Zwitserland verplaatst om daar los gelaten te worden. Opmerkelijk was dat de jonge dieren hun oorspronkelijke trekrichting aanhielden en in plaats van in Engeland in Frankrijk en Spanje terechtkwamen. De oudere dieren daarentegen veranderden van richting en kwamen in hun oorspronkelijke overwinteringsgebied terecht (Perdeck, 1958).

Het vogeltrekwerk is bij uitstek internationaal georiënteerd en Ab was zich daar wel van bewust. Hij nam in 1963 het initiatief tot de oprichting van ‘The European Union for Bird Ringing’ EURING, met als doel de ringdata op een uniforme manier te coderen, zodat het mogelijk werd databestanden uit verschillende landen te koppelen. Voor zijn inspanningen voor EURING werd Ab koninklijk onderscheiden. Na zijn pensionering bleef Ab nog 21 jaar als gastmedewerker aan het NIOO verbonden, waarbij hij verder ging met het onderzoek aan de meerkoet met Jan Visser, Ton Cavé en Martin Brinkhof, en later ook ging rekenen aan de koolmees met Hans van Balen en mijzelf. Abs passie was het rekenen aan grote datasets en zijn, zo blijkt nu, laatste grote project was toch weer aan de databank van het Vogeltrekstation: de verkorting van de trekafstand van Nederlandse broedvogels onder invloed van klimaatsverandering. Het was prachtig om met hem te werken aan de data waarvoor hij zelf de codering had ontwikkeld en waar hij decennia verantwoordelijk voor was geweest.

Tinbergen N. & Perdeck, A.C. (1950). On the stimulus situation releasing the begging response in the newly hatched Herring Gull chick (Larus argentatus argentalusPont). Behaviour 3:1-39
Perdeck, A.C. (1958) Two types of orientation in migrating starlings, Sturnus vulgaris L., and chaffinches, Fringilla coelebs L., as revealed by displacement experiments. Ardea 46: 1-37