artikel afdrukken
bionieuws 7, 18-04-2009

achtergrond
Gepassioneerd viroloog en vogelaar

In Memoriam

Door Just Vlak, Leerstoelgroep Virologie, Wageningen Universiteit
© bionieuws


Ongeloof, verbijstering, verslagenheid en droefenis drukken misschien wel het beste het gevoel uit binnen de Wageningse leerstoelgroep Virologie bij het overlijden van hoogleraar Rob Goldbach. Door een bizar ongeluk tijdens een tocht door het Nationaal Park Kaziranga in Noord-India, waarbij hij door een olifant is aangevallen, overleed hij op 7 april. Naast virologie was ‘vogelen’ zijn grote passie en die laatste hobby is hem helaas noodlottig geworden.

Rob Goldbach studeerde biologie in Utrecht, waarbij hij zich specialiseerde in de biochemie en de biofysische chemie. In het laboratorium van prof. Ben de Kruijff bleek al snel zijn talent voor onderzoek en zijn afstudeeronderwerp resulteerde in een zeer goede, vaak geciteerde publicatie. In 1978 promoveerde hij bij prof. Piet Borst in Amsterdam op de structuur van het mitochondriale DNA van Teterahymena pyriformis, een vrijlevende protozoa. Deze studie leverde hem liefst zeven publicaties op. In datzelfde jaar, 1978, werd hij medewerker bij de leerstoelgroep Moleculaire Biologie van de toenmalige Landbouwhogeschool. Onder leiding van prof. Ab van Kammen bekwaamde hij zich verder in de (moleculaire) virologie. Aan de hand van het cowpeamozaďekvirus (CPMV) - cowpea (kouseband) systeem onderzocht hij de functie van de diverse componenten van dit virus. Hij maakte als eerste een infectieuze kloon van dit virus en helderde de nucleotidesequentie op. Dit vormde de basis voor een langjarig onderzoek naar de functie van plantenvirusgenen met CPMV als model. Een hoogtepunt van dat onderzoek was de bevinding dat CPMV een speciaal gen heeft om het cel-tot-cel transport van het virus te regelen. Later bleek dat talloze plantenvirussen genen hebben die voor een dergelijk transporteiwit coderen. Dat eiwit is nodig om de rigide celwand te doordringen door verwijding van de plasmodesmata. Vanaf 1986 verwierf Goldbach wereldwijde bekendheid door te laten zien dat virussen van planten en dieren aan elkaar verwant zijn, aan de hand van een vergelijkende analyse van CPMV en poliovirus.

In 1986 werd Goldbach hoogleraar en verlegde hij zijn interesse naar het tomatebronsvlekkenvirus (TSWV), een virus dat zich zowel in planten als in insecten (tripsen) vermeerdert. Het bleek het eerste virus van planten te zijn dat behoorde bij de familie van Bunyavirussen. TSWV werd het model en bleef dat sindsdien. Na dit eerste tospovirus zijn er inmiddels wel twintig andere soorten beschreven, waarvan vele door zijn groep zijn gekarakteriseerd. Dit zeer succesvolle onderzoek bezorgde het laboratorium wereldfaam en tot op de dag van vandaag was Goldbach het draaipunt van veel internationaal onderzoek op dit terrein. Nog onlangs leidde het onderzoek aan tospovirussen tot de ontdekking dat de eerstelijns verdediging van planten en dieren tegen virussen op een algemeen principe berust, namelijk RNAi.

Gedurende zijn carričre heeft Goldbach honderden publicaties geschreven, waarvan vele in tijdschriften met hoge impact. Met een aantal citaties van bijna 7000 en een citatie-index van 45 neemt hij een vooraanstaande positie in, zowel in zijn vakgebied als daarbuiten. Hij heeft ruim zeventig promovendi begeleid, van wie velen uit het buitenland, en bij honderden zo niet duizenden studenten interesse gekweekt voor de virologie. Jarenlang was hij editor van het Journal of General Virology, lid van diverse commissies van de International Committee on Taxonomy of Viruses en voorzitter van de Nederlandse Kring voor Plantenvirologie. De echo van zijn werk zal nog lang doorklinken.

Rob was een gepassioneerd viroloog, bevlogen wetenschapper, betrokken mentor en fijne collega. Een geboren docent met aandacht voor zijn studenten. Zijn colleges waren altijd tot in de puntjes verzorgd en door zijn persoonlijke benadering bracht hij zijn passie voor de virologie over. Voor de promovendi, postdocs en andere collega’s stond zijn deur letterlijk en figuurlijk altijd open. Wij zullen zijn kennis en kunde, de groepsbijeenkomsten, zijn speciale humor en zijn vogelverhalen zeer missen, maar vooral Rob zelf, een bijzonder en innemend mens.

In zijn vrije tijd was hij een verwoed amateur-ornitholoog. Hij kende vrijwel alle vogelsoorten en had meer dan zestig reizen gemaakt om er zoveel mogelijk op te sporen en hun habitat te bestuderen. Naar verluidt had hij ruim zevenduizend soorten gezien. Hij deed nauwkeurig verslag van zijn reizen en observaties (http://www.robgoldbach.nl). Ook bestuurlijk zette hij zich in voor de ornithologie, als bestuurslid van de vereniging Sovon.

Robs overlijden betekent een groot verlies voor de leerstoelgroep, de universiteit, de virologie en de wetenschap. Maar het verlies is nog vele malen groter voor zijn vrouw Evelien en hun zonen Onno en Sander. Wij wensen de familie heel veel sterkte toe.