artikel afdrukken
bionieuws 13, 08-09-2007

achtergrond
Een leerzaam eerbetoon

Door Pek van Andel
© bionieuws


Flemings lab zal ik nooit vergeten. Het lab van dť trouvaille werd in 1993 opnieuw ingericht, zoals het ooit geweest moet zijn. Toen werd de 75-ste verjaardag gevierd van de vondst van wat Fleming eerst mould juice noemde en later penicillin. Het lab ligt op een hoek van de tweede etage van het St. Maryís Hospital in Londen. Fleming werkte er van 1919 tot 1933, als bacterioloog.

In 1921 was hij zo verkouden dat hij een loopneus had. Hij deed toen wat neusslijm op een kweekschaal met bacteriŽn en merkte dat de bacteriŽn oplosten. De ontsmetter, lysozyme, bleek aanwezig in veel lichaamsvochten, ook onder de schaal van een kippenei. Fleming zei vaak dat hij zijn beste wetenschappelijke werk aan lysozyme had besteed, maar de stof had geen effect op bacteriŽn, die de mens ziek kunnen maken.

Zeven jaar later kwam Fleming, net benoemd tot professor in de bacteriologie, terug van vakantie. Hij merkte dat een schaal met Staphylococcen, waaraan hij gewerkt had, besmet was met een schimmel. ĎThatís funnyí, zei hij tegen een collega. De schimmel, een Penicillium notatum, leek namelijk een stof af te scheiden die de groei van bacteriŽn had verhinderd, net als lysozyme.

Waar kwam die schimmel vandaan? Je leest wel dat het door een open raam kwam aan de Praed Street. Maar Fleming werkte graag in een rustige atmosfeer; zijn raam was altijd dicht. De schimmel kwam waarschijnlijk uit het lab onder dat van Fleming, waar een mycoloog werkte aan de invloed van schimmels op allergieŽn.

Met twee assistenten bestudeerde Fleming de schimmel, die dodelijk bleek voor bepaalde microben, maar onschadelijk voor de mens. Hun pogingen om penicilline te stabiliseren en te zuiveren mislukten. Dit beperkte het eventuele therapeutische gebruik ervan. Omdat het niet alle soorten bacteriŽn doodde, kon het gebruikt worden voor het selectief kweken van resistente bacteriestammen. Fleming noemde het een bacterial weedkiller.

Kort voor de Tweede Wereldoorlog begon de groep van de Australische patholoog Howard Florey penicilline te onderzoeken. Dit team had net een studie afgerond naar lysozyme. In februari 1941 werd penicilline voor het eerst getest op een patiŽnt, die een schram had opgelopen bij het tuinieren en geÔnfecteerd was met Staphylococcen en Streptococcen. Hij knapte op, maar er was onvoldoende penicilline, en hij stierf. In augustus 1942 behandelde Fleming iemand, die stervende was ten gevolge van een meningitis, door penicilline in zijn ruggenmergvloeistof te spuiten. De patiŽnt genas.

In de oorlog was het lastig om in Groot-BrittanniŽ penicilline op grote schaal te produceren. In Illinois, in de VS, lukte dit wel Ė zeker toen er een snel groeiende schimmel, Penicillium chrysogenum, werd gevonden op een rottende meloen op een markt in Peoria. In 1944 had de meloenschimmel al genoeg penicilline afgescheiden voor de bevrijders van Europa. Fleming kreeg de Nobelprijs voor Geneeskunde, met Florey en Chain, in 1945.

Het museumpje laat voorbeeldig zien hoe een terloopse waarneming leidde tot een levensreddend medicament. Het Alexander Fleming Laboratory Museum is echt een parel van een onderwijsmuseum. Het doorstaat bijvoorbeeld elke vergelijking met het RŲntgenmuseum in WŁrzburg, waar het lab waar de X-stralen werden ontdekt, ook nog steeds bestaat, inclusief de inrichting.

Waarom kent ons land niet een soortgelijk didactisch museum? In Rijnsburg, bij Leiden, ligt wel een klein lieflijk museum, het Spinozahuis, het huisje waar Spinoza woonde na zijn verbanning uit de Joodse gemeenschap in Amsterdam. Er zijn genoeg Nederlandse vorsers van het kaliber van RŲntgen en Fleming die zoín leerzaam eerbetoon verdienen? Wanneer komt er een Erasmus-museum te Gouda, een Van Leeuwenhoekkamertje in Delft of een Tinbergenhuis te Leiden?

Bron: K. Brown, Alexander Fleming Laboratory Museum, A Guide 2000.