artikel afdrukken
bionieuws 9, 26-05-2007

column
Oorlog en cytostatica

Door Pek van Andel
© bionieuws


Begin mei veroordeelde het gerechtshof in Den Haag Frans van Anraat tot zeventien jaar cel. Van Anraat, een marinierszoon die strandde in zijn studie voor laborant, had in de tachtiger jaren 538 ton thioglycol (HSCH2CH2OH) aan Irak verkocht. Thioglycol is een grondstof voor mosterdgas (Cl-CH2-CH2-S-CH2-CH2-Cl).

Van Anraat leverde aan het regime van Saddam Hussein. De Irakese dictator zette het

giftige gas op grote schaal in tegen tienduizenden Koerden in Noord-Irak en tijdens de oorlog tegen Iran.

Het naar mosterd ruikend gas werd in 1860 bij toeval ontdekt door een Brit die ethyleen en SCl2 liet reageren en het giftige effect

ervan op zijn huid zag. Het Duitse leger

gebruikte het voor het eerst in 1917 in de Vlaamse stad Yper. Daarom heet het ook


yperiet.
Onbedoeld stond mosterdgas ook aan de wieg van de chemotherapie. Op 3 december 1943 om 19:30 uur bombardeerden Duitsers de door de geallieerden gebruikte zeehaven van het Zuid-Italiaanse Bari. Zestien schepen zonken, ook de Liberty, die met explosieven was geladen en Ė heimelijk! Ė met honderd ton mosterdgas in vliegtuigbommen, die lek sloegen. Er ging een alarm af voor gifgas en er werden gasmaskers uitgedeeld. De Amerikaanse legerarts Cornelius Rhoads (1898-1959) behandelde velen van de zeshonderd overlevenden van de Liberty, die mosterdgasvergiftiging hadden opgelopen.

De luchtaanval was een ramp, maar leverde wel een chemische verbinding met een antitumor effect op. Rhoads, die in 1924 cum laude was afgestudeerd bij de universiteit van Harvard en zijn eerste publicaties in 1928 aan leukemie had gewijd, zag namelijk de witte bloedcellen bij de slachtoffers in aantal dramatisch dalen en soms verdwijnen. Hij krijgt dan het lumineuze idee het enge mosterdgas te gebruiken voor het behandelen van kanker die gepaard gaat met teveel witte bloedcellen, zoals leukemie. Van 1945 tot 1959 werkte hij dit, als eerste directeur van het Sloan-Kettering Institute for Cancer Research, vernuftig en voortvarend uit. (Rhoads was een reus ťn een boef in het kankeronderzoek: rond 1930 had hij als proef kankercellen ingespoten bij acht Puertoricanen, die allen overleden.)

In 1942 hadden Yale-farmacologen in de VS bij militair onderzoek al ontdekt dat stikstofmosterdgas (N in plaats van S) snel delende cellen beÔnvloedt. Al in december 1942 werd een patiŽnt in het eindstadium van lymfosarcoom er mee behandeld: zijn tumoren werden zachter en verdwenen aanvankelijk zelfs. Er volgde prompt een klinische proef op 67 patiŽnten. Het gunstige resultaat van deze chemotherapie, een oorlogsgeheim, werd pas in 1946 gepubliceerd (JAMA).

Het allereerste cytostaticum was dus stikstofmosterdgas. Daarna zocht men naar soortgelijke stoffen en deze groep van alkylerende cytostatica wordt nog steeds gebruikt als onderdeel van een therapie voor de ziekte van Hodgkin. Tienduizenden verbindingen werden getest op enkele experimentele tumoren bij muizen. Zo vond men methotrexaat (1948), actinomycine D (1952), 5-fluorouracil (1957), cyclophosphamide (1958), bleomycine (1962), adriamycine (1973), platinaverbindingen (1976), taxol (1990) en macrogol (2006) bijvoorbeeld.

De platinaverbindingen komen uit de experimentele biologie. De biofysicus Barnett Rosenberg keek in 1964 naar delende zoogdiercellen en vond chromosoompatronen die op krachtlijnen van een elektrisch veld leken: daarom onderzocht hij de invloed van een elektrische stroom op celdeling. Bij gebrek aan zoogdiercellen nam hij bacteriŽn en leidde via elektroden van platina een zwakke stroom door een oplossing met bacteriŽn, die toen stopten met delen, maar wel bleven groeien. Dit kwam, zo bleek, door platinaverbindingen, die Rosenberg later testte op hun antitumor-activiteit. Vooral gezwellen aan hoofd, hals en geslachtsdelen bleken gevoelig voor cisplatina: soms geneest meer dan negentig procent, onder wie bij Lance Armstrong.

Er zijn nu zoín dertig cytostatica, die elk ongeveer honderd miljoen euro gekost hebben. Chemotherapie werd dus pas circa vijftig jaar na radiotherapie geboren, onverwacht, in en door de oorlog.