artikel afdrukken
bionieuws 19, 08-12-2006

achtergrond
Ook met soorteigen genen omzichtig manipuleren

Cisgenese is een vorm van genetische modificatie waarbij soorteigen genen worden gebruikt. Wageningse onderzoekers hebben ervoor gepleit deze techniek vrij te stellen van gebruikelijke regelgeving voor transgene gewassen, terwijl anderen hierbij uiteenlopende vraagtekens zetten. Cisgenese verdient een kans, maar onder welke voorwaarden?

Door Tjard de Cock Buning (Vrije Universiteit, Amsterdam), Edith T. Lammerts van Bueren (Wageningen Universiteit, Wageningen), Michel A. Haring (Universiteit van Amsterdam, Amsterdam), Huib C. de Vriend (LIS Consult, Rijswijk) en Paul C. Struik (Wageningen Uni
© bionieuws


Ondanks breed gedragen scepsis werken wetenschappers verder aan het genetisch modificeren van planten. Tegemoetkomend aan bepaalde bezwaren vanuit de maatschappij zijn biotechnologen technieken gaan verfijnen. Sommige wetenschappers presenteren deze vervolgens als natuurlijk, ecologisch ongevaarlijk en moreel aanvaardbaar. De scheidslijnen vervagen. Vallen die nieuwe technieken van nu wel of niet onder de Europese definities en regelgeving van genetische modificatie?

In deze context vond een pittige discussie plaats in Nature Biotechnology van 8 november jl. Moleculaire genetici uit Wageningen gooiden eerder dit jaar de knuppel al in het hoenderhok door te stellen dat genetische modificatie met soorteigen genen (‘cisgenese’) fundamenteel verschillend is van modificatie met soortvreemde genen (‘transgenese’) en dat cisgenese-producten vergelijkbaar zijn met rassen ontstaan door traditionele kruisingen. Volgens hen zijn cisgenese-producten dus niet risicovoller dan producten van de klassieke plantenveredeling en kunnen dus vrijgesteld worden van de strenge regelgeving voor gentech-gewassen. Wij vinden deze redenering om de cisgene techniek als categorie van de GGO-toelatingsprocedure vrij te stellen misleidend en contraproductief en wel om de volgende drie redenen:

Producten van cisgenese zijn ook genetisch gemodificeerd. Net als bij transgenese isoleert men ook bij cisgenese genen, die vervolgens worden ingebracht in de kern van een plantencel. Hoewel in het product dus geen ‘nieuwe’ genen aantoonbaar zijn, is dit wel het resultaat van een genetische modificatie. Opmerkelijk is dat Europa, in tegenstelling tot Noord-Amerika, in de definities en regelgeving rekening houdt met het procesmatige karakter van genetische modificatie.

Ook bij cisgenese zijn de risico’s onzeker. Cisgenese blijft ruw knip- en plakwerk. Het is inherent aan elke genetische modificatietechniek, dat het niet te voorspellen is waar het gen in het genoom terechtkomt en daar ligt nu juist een groot verschil met traditionele veredeling. De uiteindelijke plek van het ingebrachte gen op het genoom is vrijwel altijd een andere dan bij traditionele kruising en daardoor is de expressie onzeker en kunnen andere genen worden uitgeschakeld. Met de huidige kennis kunnen wetenschappers aangeven of de positie waarin het cisgen zich op het genoom bevindt een risico voor de plant (of de consument) oplevert. Deze analyse zou daarom onderdeel van de toelatingsprocedure moeten zijn. Pas na voortschrijdend inzicht is er ruimte de risicoanalyse te vereenvoudigen.

Niet alle burgers maken onderscheid tussen cisgenese en transgenese. In Europa is de maatschappelijke aanvaardbaarheid van genetisch gemodificeerde planten voorlopig nog ongewis. Het is mogelijk dat het gebruik van soorteigen genen bij veel burgers de aanvaardbaarheid van de technologie vergroot. Voor anderen is het onderscheid tussen cisgenese en transgenese niet relevant: zij wijzen elke vorm van onnatuurlijk gentechnologisch ingrijpen af en zullen eerlijke informatie en vrije keuze (en dus etikettering van cisgene producten) eisen.

Cisgenese verdient een kans te krijgen, maar dan moet de techniek wel wetenschappelijk en maatschappelijk transparant zijn. Een status aparte van ‘soorteigen versterkte eigenschappen’ is een optie, maar dan alleen onder de volgende voorwaarden:

1. Helderheid over de aard van de gebruikte techniek; verkoop cisgenese dus niet onder de vlag van traditionele veredeling.

2. Beperking van cisgenese tot werkelijk soorteigen genen.

3. Handhaving van procesmatige aspecten in de risicoanalyse.

4. Snijd de vereisten voor het dossier toe op de specifieke modificatie en op grond van voortschrijdend inzicht.

5. Definieer een consumentenlabel op het product (‘versterkte eigenschappen’).

Zorgvuldig omgaan met maatschappelijke posities rondom gentechnologie zal het begrip voor de toepassing van deze technieken versterken. Daarbij hebben zowel wetenschappers als maatschappij baat.