artikel afdrukken
bionieuws 6, 25-03-2005

recensie
Voorbij de mythes

Door Arno van ‘t Hoog
© bionieuws


Het is volgens hoogleraar wetenschapsgeschiedenis Bert Theunissen droevig gesteld met het beeld dat de meeste mensen van het wetenschapsbedrijf hebben. Bovenop het rare imago van onderzoekers geloven velen nog steeds dat wetenschap tijdloze waarheden oplevert, dat wetenschap buiten de maatschappij staat en gebouwd wordt op eureka-momenten van briljante eenlingen.

Aan de hand van negen beroemde wetenschappers en hun ontdekkingen toont hij dat het allemaal anders in elkaar zit. Het denken over wetenschap – en zeker de rol van groten als Darwin, Fleming en Donders – is een kathedraal van mythes, bewijst Theunissen. Om vervolgens dat bouwwerk steen voor steen tot de grond toe af te breken. Daarbij opereert hij niet vanuit cynische sloopzucht of de wil om zijn academische superioriteit te tonen. Hij beschrijft met overduidelijke liefde en fascinatie voor de wetenschap.

Met de ontwikkelingsgeschiedenis van antibiotica maakt Theunissen duidelijk dat de ‘ontdekking van penicilline door Alexander Fleming’ de werkelijkheid enig geweld aandoet. Fleming zag in 1928 door een toevallige schimmelinfectie op een petrischaal met bacteriën de antibacteriële werking van penicilline. Maar was Fleming een onmisbaar genie? Nee. Vóór Fleming waren er al zes andere onderzoekers geweest die dezelfde observatie deden. Enkelen hadden zelfs met penicilline infecties proberen te bestrijden, maar bij gebrek aan resultaat stopten ze met dit onderzoek. Ten tweede is de ontwikkeling van de medicinale toepassing van penicilline tussen 1928 en 1944 – de eerste grootschalige behandeling van de slachtoffers van D-day – te danken aan de volhardendheid van Howard Walter Florey en Ernst Boris Chain. Fleming deed hoegenaamd niets met peniciline, en als het van zijn inspanningen had afgehangen was er op het eind van de Tweede Wereldoorlog geen patiënt met dit antibioticum behandeld geweest.

Het gaat Theunissen hierbij niet om het ontmantelen van Flemings heldendom als wel de boodschap dat ontdekken een proces is, waar gedurende decennia meerdere mensen en geluk een rol in spelen, dan ‘de ontdekking van x door persoon y’ recht aan doet.

Aan de hand van vinkenonderzoek door Charles Robert Darwin wordt een andere fabel ontmaskerd. Namelijk dat scherpe observaties van een eenling direct tot een sluitende theorie leiden. De vinken op de Galapagoseilanden zouden in belangrijke mate hebben bijgedragen aan de evolutietheorie die Darwin later beroemd heeft gemaakt. Dat blijkt erg tegen te vallen, relativeert Theunissen. Darwin begreep geen snars van de vinken en de variaties in snavelvormen die hij op de eilandarchipel aantrof. Hij vergat zelfs te noteren op welk eiland hij welke vogel had verzameld. En hij zag niet in dat er per eiland meerdere soorten leefden. Sterker nog: hij dacht eerst dat de vogels niet eens verwant waren. Toen bij thuiskomst een vogeldeskundige hem op de onderlinge verwantschap wees, realiseerde hij zich dat de vogels iets konden betekenen, maar toen bleek zijn vinkencollectie een rommetje.

De vinkenmythe is het product van het schrijverstalent en verbeeldingsvermogen van de bioloog David Lack. Hij combineerde eind jaren veertig inzichten die ondermeer door hem waren opgedaan met Darwins Galapagosbezoek en schreef en passant een paar deccennia evolutionair onderzoek aan de Galapagosvinken aan Darwin toe. En er zijn velen die het voor waar nemen.

Theunissen weet in ieder stukje geschiedenis een ander aspect van de wetenschap voor het voetlicht te brengen. Populaire verhalen worden zo stuk voor stuk ingeruild voor intelligent inzicht. Het geheel is daarbij zo toegankelijk en fraai beschreven dat het doet verlangen naar een veel dikker vervolg.

Diesels droom en Donders’ bril - hoe wetenschap werkt
Auteur: Bert Theunissen
Prijs: € 16,95
Uitgever: Nieuwezijds